Boekbesprekingen

ENTRANCING MUSE: BIOGRAPHY OF POULENC

Carl B. Schmidt: Entrancing muse: A documented biography of Francis Poulenc. Pendragon Press, 641 bladzijden.

Vermoedelijk is dit de meest gedetailleerde studie over Poulencs leven en werk tot nu toe. De auteur ontmoette Poulenc in 1961 en heeft zich sindsdien intensief met hem bezig gehouden; hij stelde in 1995 ook een volledige catalogus van zijn werken samen.

Wat de muziekindustrie en platenverzamelaars betreft, is Poulenc een van de eerste componisten wiens hele loopbaan is gedocumenteerd. De eerste opnamen van en met hem werden in de jaren negentientwintig gemaakt, zodat ook precies te volgen is welke kunstenaars zijn voorkeur genoten, vaak zelfs in verschillende interpretaties van dezelfde werken.

Zijn belangrijkste partner was natuurlijk de bariton Pierre Bernac en hun recitals en opnamen vormen een belangrijk geheel. Toeval bracht hen samen, al had Bernac in 1926 wel Poulencs Chansons gaillards ten doop gehouden. Maar van een echte samenwerking kwam het pas in 1934. Een rijke Amerikaanse, Mrs. Moulton, inviteerde Bernac om in een Salzburgse tuin op een avond liederen van Debussy te komen zingen als onderdeel van een ontvangst die ze had georganiseerd. Bernac haalde Poulenc over om hem te begeleiden en vanaf dat ogenblik begon een zowat vijfentwintigjarige samenwerking die duurde tot beiden zestig werden en Bernac besloot zich terug te trekken.

In de inleiding meldt Schmidt dat hij geen poging zal doen om Poulencs werken te analyseren. Hij concentreert zich gelukkig op veelal eerder onbekende informatie over Poulencs loopbaan als vertolker en gegevens over diens dagelijkse leven. Soms stapelen de minder belangrijke feiten, data en tijden zich wel erg op, maar echt overdondert hij de lezer daar niet mee omdat hij de chronologie doorbreekt met citaten uit brieven, dagboeknotities en interviews, zodat niet alleen Poulenc zelf, maar ook zijn tijdgenoten en zijn omgeving aan het woord komen.

Hoe was hij als vriend en collega? Allen Hughes wordt geciteerd: ‘Hij zocht de eenzaamheid van een hotel, maar had een hekel aan eenzaamheid en wilde zich liefst met veel mensen omringen. Hij hield niet van het platteland, maar onderhield daar wel een huis. Hij was dol op Parijs, maar kon het er telkens niet langer dan een paar weken uithouden’.

Gelukkig begeeft de auteur zich niet in gepsychologeer, maar hij weet wel veel te vertellen over Poulencs leefwereld en begrijpt de gevolgen van elke gebeurtenis of crisis want de componist leed nogal aan depressies. Verder zijn daar aanhangsels, inclusief een lijst van portretten door diverse schilders en concert- en tourneegegevens, een bibliografie en een discografie. Daarin is onder andere een vermelding te vinden van Poulenc die Noël Coward begeleidt in zijn Histoire de Babar, le petit éléphant.

Met honderden voetnoten voor meer details is deze uitgave van onschatbare waarde voor iedereen die in geïnteresseerd in leven en werk van Poulenc.