CD Recensies

SIBELIUS: IN THE STREAM OF LIFE. ORKESTLIEDEREN, ORKESTWERKEN

Sibelius: In the stream of life. Pohjola’s dochter op. 49; ‘Die stille Stadt’ op. 50/5 (bew); ‘De jonge jager’ op. 13/7 (bew); ‘De ochtend van het hart’ op. 13/3 (bew); ‘De rivier en de stad’ op. 57/1 (bew); ‘Watergod’ op. 57/8 (bew); ‘Ik ben een boom’ op. 57/5 (bew); ‘Zwarte rozen’ op. 36/1 (bew); ‘De snelle ruiters’ bruiden’ op. 33, ‘Koskenlaskijan morsiamert’; Romance in C op. 42; ‘Hymn to Thaïs, the unforgettable’ (bew); ‘De diamant in de maartsneeuw’ op. 36/6 (bew); ‘Hertog Magnus’ op. 57/6 (bew); De Oceaniden op. 73; ‘Op de veranda bij de zee’ op. 38/2; ‘In de nacht’ op. 38/3; ‘Come away, death’ uit Twelfth night op. 60. Gerald Finley (b) met het Bergen filharmonisch orkest o.l.v. Edward Gardner. Chandos CHSA 5178 (78’40”). 2016

 

Zo’n honderdtal liederen met pianobegeleiding schreef Sibelius, maar met uitzondering van Luonnatar op. 70 zijn daar geen orkestliederen bij. Dat is echter geschreven voor sopraan en orkest (en wordt o.m. door Soile Isokoski met Neeme Järvi mooi gezongen op DG 447.760-2). Een andere uitzondering is ‘De snelle ruiters’ bruiden op. 33 uit 1897 op tekst van Pekka, dat Jorma Hyninen ooit mooi met Jorma Panula en het Göteborg orkest voordroeg (BIS CD 270). Hier is het ’t enige lied dat in het Fins wordt gezongen. Er zijn enkele in het Duits of Engels gezongen liederen, maar de meeste zijn in het Zweeds. Sibelius’ eerste taal.

Drie meer liederen werden in tweede instantie nog door Sibelius georkestreerd, daaronder ‘Come away death’ uit Shakespeare’s Twelfth night wat slechts een paar maanden voor zijn dood in 1957 tot stand kwam. Verder zijn er arrangementen van anderen. 

Eentje daarvan is betreft Die stille Stadt, een reeks van zeven liederen die door Rautavaara speciaal voor Finley zijn georkestreerd.

De respectvolle, subtiele orkestraties passen als een plooibare handschoen om de stem van Finley. Onderlinge verschillen zijn er best bij dit materiaal. Sommige verraden dat de componist even onder invloed stond van Schönberg, andere zijn nog volkomen in de Duitstalige liederenwereld van Schubert geworteld.

Finley zingt ze alle met veel finesse en rijke nuancering en wordt zoals gezegd heel mooi begeleid.

Gardner en het orkest alleen presenteren zich in de heel oorspronkelijke symfonische gedichten Pohjola’s dochter en De Oceaniden plus de Romance voor strijkorkest.