SAARIAHO: PRIVATE GARDENS
CD Recensies - S

Saariaho: Private gardens. Lonh; Près; Noa Noa; Japanese gardens. Resp. Dawn Upshaw (s), Anssi Karttunen (vc), Camilla Hoitenga (fl) en Florent Jodelet (slagw). Montaigne MO 782087 (63’09”). 2000

Veel componisten zijn dromers en de Finse Kaija Saariaho is dat met haar van magnetische kracht voorziene klankbeelden in hoge mate. Dat geldt voor haar ensemblecomposities als Nymphéaand en Lichtbogen, orkestwerken als Orion, haar dramatische opera’s L’amour de loin en Adriana Mater en haar op deze cd opgenomen solowerken die ontstonden in de periode 1992-1996 en waaraan steeds elektronica te pas komt. 

De reis bij het binnendringen in haar muziek gaat vaak gepaard met een confrontatie met duistere dimensies van het onderbewuste en existentiële kwesties. Ook voor de componiste moet die reis niet probleemloos zijn geweest.

De vier werken op deze cd zijn gedacht voor telkens een andere een uitvoerende musicus die zich langs elektronische weg laat begeleiden. Elk stuk roept zijn eigen klankwereld op. Zo is Lonh de toonzetting van een mooi Occitaans of middeleeuws Provençaals gedicht. Dawn Upshaw weet goed raad met de quasi modale melodie en krijgt nog enige vocale steun (van Saariaho zelf?). 

Près is gedurfder, ruiger, kantiger en tart de cellokunsten van Anssi Karttunen die vooral aan de dreunende baskant versterking krijgt. Een schilderij van Gauguin diende als inspiratiebron voor NoaNoa waarin de interactie tussen fluitspel en ademen/spreken is onderzocht en beproefd.Maar ook die tussen medeklinkers en slagwerkgeluiden van de fluit. Hoitenga doet dat heel knap.

De 6 Japanse (tempel)tuinen zijn van heel andere aard, ritualistischer, formeler, maar ook theatraler met het gebruik van klokken slagwerk en zangstemmen (van een magnetische band).

Minstens zo interessant is de bijgevoegde CDROM met uitgebreide info over de componiste en een spelletje om aan de hand van wat fluit- en cellofragment zelf aan het componeren te gaan.