SCHUMANN: CELLOCONCERT; FANTASIESTÜCKE E.A., GABETTA
CD Recensies - S

Schumann: Stücke im Volkston op. 102 nr. 1-5; Adagio en allegro in As op.70; Fantasiestücke op. 74 nr. 1-3; Celloconcert in a op. 129. Sol Gabetta met resp. Bertrand Chamayou (p) en het Kamerorkest Bazel o.l.v. Giovanni Antonini. Sony 88985-35227-2 (58’16”). 2016/8

In 1849 werd Schumann de leiding over het Symfonie orkest in Düsseldorf aangeboden, maar dat had nauwelijks invloed op zijn activiteiten als componist. Het Celloconcert werd in twee gehaaste weken voltooid als ‘concertstuk voor cello met orkestbegeleiding’.  Hij toonde er zijn affiniteit met het instrument mee sinds hij met zijn zelf gemutileerde hand niet meer kon optreden als pianist.

Eigenlijk is het best een revolutionair werk met zijn drie onderling verbonden delen en een begeleide cadens. De solopartij ligt prachtig ingebed in de begeleiding door een niet te groot bezet orkest. Als een soort primus inter pares onder zijns gelijken. Hoogtepunten zijn het poëtische begin en het schemerige lied dat het langzame deel vormt.

Bovendien gaat het om het enige substantiële negentiende eeuwse Celloconcert voordat Saint-Saëns zijn bijdragen leverde. Pas in 1860 werd Schumanns concert voor het eerst openbaar uitgevoerd.

Het aardige van de opname van Sol Gabetta is, dat ze het werk niet koppelt aan een ander Celloconcert, maar aan de wezenlijke andere composities voor dit instrument met pianobegeleiding.

De subtiele agitatie en de gevoelige frasering van Sol Gabetta’s doorleefde spel behoeden het concert voor sombere hoekigheid. Interessant is, dat ze twee achttiende eeuwse met darmsnaren bespannen instrumenten bespeelt  - een Guadagni uit 149 en een Goffriller uit ca. 1725 - en dat Bertrand Chamayou een Streicher fortepiano uit 1847 gebruikt. Ook het orkest uit Bazel speelt op ‘oude instrumenten’.

Alleen al hierdoor onderscheidt Gabetta zich van de ook best heel mooie standaardvertolkingen van Gautier Capuçon (Erato 9028-56342-1), Starker (RCA 09026-68027-2) en Thedéen (BIS CD 486).