STRAVINSKY: APOLLO; PULCINELLA SUITE, JANICZEK
CD Recensies - S

Stravinsky: Apollon musagète; Pulcinella suite. Europees kamerorkest o.l.v. Alexander Janiczek. Linn CKD 330 (54’00”). 2008 

Wat een verschil tussen deze op cd vaak gecombineerde balletmuzieken. De Pulcinella suite uit 1929 komt uit een door Diaghilev gesuggereerd dansstuk dat was geënt op muziek van Pergolesi en enige van diens Italiaanse tijdgenoten. Aanvankelijk reageerde Stravinsky sceptisch op die uitnodiging, maar al gauw raakte hij enthousiast en werd hij verliefd op wat hij ontdekte.

Wat hij hier deed zag hij in een sfeer van satire, maar door nauwelijks wat toe te voegen of weg te laten, maakte hij zich het oude idioom geheel eigen. 

Acht jaar later schreef hij, geheel terug op eigen kurk, Apollo (hij verkoos de kortere titel) voor Balanchine. Een echt verhaal is moeilijk te ontdekken in dit werk, maar het bevat wel negen mooie dansen in een vrij sobere compositie en toont aan dat Stravinsky ook best een melodicus kon zijn. 

Als kern van de optredens van het Europees kamerorkest horen we steeds opnieuw lenig, flexibel, warm en fluwelig klinkend spel. Dat is ook hier onder leiding van de Oostenrijse concertmeester Alexander Janiczek het geval. Calliope, Polymnie en Terpsichore zij steeds dicht in de buurt. 

In Pulcinella draagt François Leleux kostelijke hobosoli bij in de Serenata en de Gavotte.

Met een blik op de nogal korte speelduur kan men zich wel afvragen of het niet aantrekkelijker is om de voorkeur te geven aan de opnamen met dezelfde koppeling van Masaaki Suzuki (BIS SACD 2211) of Joshua Wellerstein (MDG MDG 940.1955-6) die bovendien nog het Concert in D voor strijkorkest bevatten en beide uit 2015 zijn. Beide zijn goed, maar niet uitzonderlijk zodat men er in muzikaal opzicht niet veel mee opschiet.