CESARINI: CANTATES
CD Recensies - C

Cesarini: Cantates Filli, no’l niego, io dissi (‘La Gelosia’); Già gl’augelli canori (‘l’Arianna’); Fetonte, e non ti basta; Penso di non mirarvi; V’è una bella tutta ingegno; Oh dell’adria reina. Stéphanie Varnerin (s) met ensemble l’Astrée o.l.v. Giorgio Tabacco. Aparté AP 136 (69’28”). 2016

 

Het heet dat Carlo Francesco Cesarini (1665-1741) als – weer een belangrijke – Italiaanse barokcomponist geldt. Des te merkwaardiger dat tot nu toe van heb geen noot te horen was op cd.  Maar hier zijn dan tenminste zes Kamercantates voor sopraan en basso continuo, die uit de biblioteca Casanatense (manuscript 2248) in Rome zijn opgegraven, eindelijk te horen. Tussen 1700 en 1717 moeten deze werken van de ook als Carlo dl violino bekende componist/violist die in Rome in dienst was van kardinaal Benedetto Pamphili en ook werkzaam was aan verschillende kathedralen gemeengoed zijn geweest.

De kamercantates ademen een pastorale arcadische sfeer. In Filli, no’l niego, io dissi gaat het om jaloezie, in Già gl’augelli canori om de ook door andere componisten benzongen Ariadne, in  Fetonte, e non ti basta om Phaeton en in Penso di non mirarvi om een onbeantwoorde liefde.

Sopraan Stéphanie Varnerin zingt ze onopgesmukt met een mooi open helder-warme stem en het met passend instrumentarium uitgeruste ensemble l’Astrée (Academia Montis Reagalis) onder Giorgio Tabacco maakt dat deze cd première zeer geslaagd is.

Nu maar hopen dat ook iets van zijn vioolwerken en opera’s aandacht krijgt.