CACCINI: EURIDICE, L'
CD Recensies - C

Caccini: Euridice, L’. Silvia Frigato (s., Euridice, La tragedia), Furio Zanasi (b., Orfeo), Gian Paolo Fagotto (t., Arcetro). Luca Dordolo (t., Tirsi en Aminta) en Sara Mingardo (a., Dafne en Prosperina) e.a. met Concerto italiana o.l.v. Rinaldo Alessandrini. Naïve OP 3055-2 (79’09”). 2013

 

Het is onbetwist dat Monteverd’s meesterwerk L’Orfeo dat voor het eerst in 1607 in Mantua werd opgevoerd de eerste belangrijke opera was. Onduidelijker is wat de allereerste opera was en door wie deze werd geschreven. Zelfs waaruit zo’n werk bestaat is onduidelijk.

Het is namelijk moeilijk om precies vast te stellen wanneer de intermedi - het muzikale en theatrale vermaak dat bij bijzondere gelegenheden tussen de aktes van een toneelstuk aan de Italiaanse hoven werd geboden - overgingen in zelfstandige eigen  dramatische vorm als opera. 

Algemeen is aanvaard, dat Jacopo Peri in 1597 in Florence met de schrijver Ottavio Rinunccini van Apollo en Daphne aan de meeste voorwaarden voldeed van wat we als opera beschouwen. Dat werk  is slechts fragmentarisch overgeleverd. Maar in 1600 resulteerde hun samenwerking wel in de daar opgevoerde Euridice al is weinig bekend over de omstandigheden waaronder dat plaatsvond.

Giulio Caccini 1551-1618) was assertiever en werkte aan een eigen versie van Euridice op eigen libretto en kreeg die ook - tenminste gedeeltelijk - op het toneel. Toen zijn opera volledig was, werd deze ongeveer zesweken voor die van Peri gepubliceerd, waarna hij claimde nummer 1 op dit gebied te zijn. 

Er is wel beweerd dat Caccini minder belangrijk was dan Peri en dat hij minder vaardig was als melodievinder.

Doch op basis van deze opname blijkt daar niets van. Dat zal ook wel komen door de manier waarop het werk wordt uitgevoerd. Silvia Frigato als pure, ontroerende Euridice en de felle Furio Zanassi als Orfeo zingen niet alleen heel mooi, ze verlenen hun rollen ook karakter en maken er fraai muziektheater van. Gianpaolo Fagotto is een gespierde Arcetro die mooi contrasteert met de lichte en lenige stem van Lucia Dordolo als Tirsi. Als Dafne en Prosperina overtuigt ook Sara Mingardo sterk in haar rollen.

Lange gedeelten recitatief worden afgewisseld door korte aria’s en incidentele koorbijdragen. Het verhaal wordt zonder veel verder gedoe opgedist zodat het verhalende aspect van de compositie duidelijk wordt overgedragen. Alessandrini begeleidt volmaakt.

Voor iedereen die nieuwsgierig is naar het begin van de opera rond 1600 is dit een wezenlijke uitgave.