CAVALLI: AMORI D'APOLLO E DI DAFNE, GLI
CD Recensies - C

Cavalli: Gli amori d’Apollo e di Dafne. Anders J. Dahlin (t., Apollo), Rosa Dominguez (ms., Dafne), Emanuele Galli (s., Aurora). Stephan van Dyck (t., Cefalo), Paola Quagiata (s., Amore) e.a. met het Ensemble Elyma o.l.v. Gabriel Garrido. Glossa GCD 923519 (2 cd’s, 2u., 36’27”). 2007

In 1637 opende her eerste publieke operagebouw, het S. Casssiano in Venetië, zijn deuren en niet lang daarop, in 1640 ging de eerste opera van Francesco Cavalli daar in première.  Gli amori d’Apollo e di Dafne op libretto van Giovanni Francesco Busenello die later in L’incoronazione di Poppea met Monteverdi samenwerkte. 

Het Venetiaanse publiek kwam vooral om zangers te horen en te zien. Dat mocht wat kosten en om geld te sparen werd daarom bespaard op de begeleiding. Vaak was dat alleen door een continuogroep, die in de sinfonia’s en ritornelli werd aangevuld met strijkers en voor ceremonies met blazers.

Om de opname minder karig te maken, gebruikt Garrido een met strijkers, hout-en koperblazers aangevuld ensemble en harmoniseerde hij de continuopartij. Dat kan men verwerpelijk vinden of juist prijzenswaardig.

Waar gaat de opera over?  Op verzoek van Jove en Venus zorgt Cupido dat Apollo verliefd wordt op de deugdzame nimf Dafne. Die kan zich alleen aan diens toenaderingspogingen onttrekken door in een laurierstruik te veranderen.

Anders Dahlin is een voldoende gepassioneerde Apollo en Rosa Dominguez een minzame, zoetgevooisde Dafne. De kleine intervenièrende rollen zijn ook goed bezet en het op ‘oude instrumenten’ spelende Ensemble Elyma laat mooi van zich horen. Voor een evenwichtige balans tussen zangers en orkest is gezorgd in de opname. Poëtische muziek in de Florentijnse recitar cantando stijl met veel ritmische en metrische rijkdom.