DEBUSSY: MUSIQUE DE SCÈNE POUR LES CHANSONS DE BILITIS
CD Recensies - D

Debussy: Musique de scène pour Les chansons de Bilitis. Chansons de Bilitis nr. 1-3 L. 90; Musique de scène pour les chansons de Bilitis; Épigraphes antiques nr. 1-6 L. 131; Syrinx, ‘La flûte de Pan’ L. 129. Elisabetta Lombardi (ms), Claudia Giottoli (fl), Roberto Fabiano (fl), Raffaelle d’Aniello (p), Carole Magnini (spr), Maria Chiara Fiorucci en Elisa Sargenti (hrp) en Filippo Farinelli (cel.). Brillant Classics 95678 (54’11”). 2017 

Op het nippertje voor het Debussyjaar 2018 verscheen deze uitgave als iets bijzonders. Hij bevat namelijk de eigenlijk nooit gehoorde Musique de scène pour les chansons de Bilitis die hij nadat de dichter van de Trois chansons de Bilitis, Pierre Louÿs, deze in 1897 had gehoord om hem vroeg om nog twaalf melodieën te willen schrijven voor een gemimde uitvoering in 1901 was op basis van gedichten van Sappho, mogelijk een vriendin van de niet-bestaande Bilitis en was eenmalig op 7 februari. De dichter merkte daarover op: ‘Ik bracht elke middag door met naakte vrouwen, heerlijk’. 

Het resultaat is, dat we hier na de aan André Gide opgedragen Chansons de Bilitis de Musique de scène pour Les chansons de Bilitis uit 1901 voor 2 fluiten, 2 harpen en celesta te horen krijgen. De muziek is op heel vernuftige wijze archaïsch want Debussy wilde iets van de klanken uit het oude Griekenland verenigen: de fluit als de aulos van satirs uit de Dionisische cultuur en de harp als de met Apollo geassocieerde kythara. Een celesta dient als verbindingsschakel en werd in 1971 verzorgd door Arthur Hoérée. Die schijnt namelijk verloren te zijn gegaan, en daarom maakte Pierre Boulez een nieuwe in 1954 die in 1990 in een opname van het Nash ensemble werd gebruikt (Virgin 791.148-2).

In 1914 nam Debussy passages hieruit op en zijn Six épigraphes antiques voor piano vierhandig. Als naspel klinkt dan nog de fluit in Syrinx uit 1913, dat droombeeld van de god Pan, dat ook zijn bron in het theater vond en hier met spreekster wordt uitgevoerd.

Het verwondert enigszins dat het niet Franse, doch Italiaanse musici - grotendeels voortkomend uit het Magadis ensemble - zijn die dit nuttige initiatief namen. Gelukkig zorgen ze voor aanzienlijk meer dan adequate vertolkingen.