FALLA: VIDA BREVE, LA
CD Recensies - F

Falla: La vida breve. Inmaculada Egido (s), Antonio Ordoñez (t), Mabel Perelstein (ms), Enrique Baquerizo (b), Luis Herdia Fernández (z), Victor Torres (b), Octavio Arévalo (t) e.a. met het Valencia koor en het Stedelijk orkest Granada o.l.v. Josep Pons. Harmonia Mundi HMC 90.1657 (1u 02’30”). 1997

 

Falla’s gepassioneerde melodrama uit 1904/5 (maar pas in 1913 voor het eerst opgevoerd) speelt in Granada. Daarin wordt ruwweg hetzelfde verhaal verteld als in Mascagni’s Cavalleria rustica, namelijk over de achteloze ontrouw van een minnaar. Hier laat Paco de zigeunerin Salud in de steek om met de conventionelere Carmela te trouwen. Op de trouwpartij van Paco en Carmela beschuldigt Salud openlijk van die voorgeschiedenis en valt dood aan zijn voeten neer.

Falla’s economsche gebruik van de middelen is vervuld met Spaans gevoel dat hij ontleende aan de volksmuziek en de dans. Het werk biedt een sopraan heel goede mogelijkheden om de vele emoties van Salud te tonen

Victoria de los Angeles was tot tweemaal toe net als Teresa Berganza zo’n vertolkster die gesteund door goede collega’s en door dirigent Rafael Frühbeck de Burgos het werk mooi gestalte gaf (EMI 769.590-2, later opnieuw op DG 435.851-2), maar de EMI opname klinkt nogal oud en de DG  met Berganza en dirigent Navarro.

Een modernere, digitale opname als deze is dus welkom, zeker ook omdat gebruik is gemaakt van een ‘nieuwe kritische uitgave’ (al zijn eventuele verschillen nauwelijks hoorbaar. Maar los daarvan: deze uitgave is beter dan de vorige. In de hoofdrol is Egido een krachtige, meeslepende dramatische sopraan (die ook succes had met Tosca en als Odabella in Verdi’s Attila). Alleen zingt ze maar sporadisch rustig en krijgt haar stem soms een rare trilling. Ze maakt wel hoorbaar verschil met Mascagni’s Santuzza.

 Ordoñez is met een kernachtige bariton een goede Paco die hooguit in zachte passages wat door het orkest wordt overstemd, Perelstein (grootmoeder) intoneert misschien niet steeds zuiver, maar Baquerizo is gedegen en Heredia Fernández blijkt een voortreffelijke, uiterst authentieke cantaor te zijn; in zijn korte bijdragen blijkt Arévalo (stem van een marskramer) een tenor om in de gaten te houden.

Alle plus- en minpunten tegen elkaar afwegend gaat de keuze nu tussen deze deels onvolmaakte nieuwere uitgave, de matig klinkende  met de ontroerende, kwetsbaar expressieve De los Angeles en de keliger Berganza met een jonge Carreras als lyrische Paco aan haar zijde. Lastig …..