HÄNDEL/LEO: RINALDO
CD Recensies - H

Händel/Leo: Rinaldo HWV. 7a. Carmela Remigio (s., Armida), Francisco Fernández-Rueda (t., Goffredo), Loriana Castellano (a., Almirena), Teresa Iervolino (ms., Rinaldo) en Francesca Ascioti (a., Argante) e.a. met La Scintilla o.l.v. Fabio Luisi. Dynamic CDS 7831.03 (3 cd’s, 3u., 25’43”). 2018

Op 24 februari 1711 ging Händels opera Rinaldo naar Tasso’s La Gerusalemme liberata in het Londense Queen’s Theatre in première en bleef bekend als een van Händels bekendste werken in dit genre. Maar de opera had ook een onbekende kant als gevolg van gebeurtenissen in 1718. De castraat Nicolo Grimaldi die in Londen de titelrol had gezongen, nam illegaal de muziek mee naar Napels waar Leonardo Leo er met enige collega’s en een plaatselijke librettist er een pasticcio van maakte en een paar tussenspelen en amusante figuren toevoegde. Slechts ongeveer een derde van Händels muziek bleef daarin over. De rest van de muziek was van Giuseppe Orlandini, Giovanni Porta, Giovanni Bononcine en zelfs Vivaldi werd ervoor geplunderd. Alles volgens een beproefd recept: men  neme een pond Händel deeg en kruide dat royaal met andermans specerijen. 

Het zo ontstane werk was bestemd voor de verjaardagviering van keizer Karel VI, die erop stond dat het werk werd voorzien van een door een kind gesproken proloog. De partituur leek verloren te zijn geraakt, maar werd onlangs teruggevonden.

Tijdens het Valle d’Itria festival en Martina Franca bracht Giorgio Sangati dit werk op het toneel (zie dvd versie Dynamic 37831). De regisseur maakte van de strijd tussen Turken en Christenen een soort ba-rock opera met als onderwerp de verschillende opvattingen over het leven en de liefde. 

Zo ontmoeten we hier behalve de Italiaanse edelman Rinaldo, de eerste aanvoerder van de kruistochten Goffredo, Almirena, de dochter Goffredo, Argante, de Saraceense koning van Jerusalem en Armida, de koningin van Damascus en Argante’s maïtresse enige nieuwe, ongewone figuren.

Rinaldo is hier een krachtiger verschijning dan in Händels origineel en wordt hier heel kernachtig gezongen door alt Teresa Iervolino in plaats van door een sopraan. De toont passie in ‘Cara sposa’ en is vrij heftig in ‘Mio cor’. De sarabande ‘Lascia ch’io piano’ kreeg een nieuwe tekst. Ook Lorania Castellano is een stevige Almirena, maar toont ook esprit en fijnzinnigheid. De Armida van Carmela Remigio bezit meer komische dan dramatische trekken, maar toont ook veel temperament.

Als Goffredo is tenor Francisco Fernánez-Rueda nogal een koekoek-eenzang

en Francesca Ascioti is te veel een kartonnen schurk. Fabio Luisi heeft de stilistisch juiste opvatting en zorgt voor een meer dan slechts keurige begeleiding.

De mooiste opname van Händels eigen, originele Rinaldo is van Hogwood (Oiseau Lyre 467.087-2).