JOSQUIN DESPREZ: MISSA PANGE LINGUA; MISSA LA SOL FA RE MI
CD Recensies - J

Josquin Desprez: Pange lingua; Missa pange lingua; Missa la sol fa re mi ‘Lesse faire a mi’. Tallis scholars o.l.v. Peter Philips. Gimell CDGIM 009 (61’43”). 1993

 

Niet zolang geleden heeft de wetenschap onze kennis van leven en werk van Josquin Desprez ter discussie gesteld. Nu weten we dat er verschillende Josquins zijn geweest en dat degene die tussen 1459 en 1472 in Milaan werkzaam was – en die soms wordt verward met de grote componist – Josquin de Kessalia was, destijds een andere beroemdheid die zo’n tien jaar ouder was dan ‘onze’ Josquin. 

Deze werd tussen 1450 en 1455 in de buurt van Doornik geboren en verhuisde op jeugdige leeftijd naar Condé-sur-l’Escaut in Noord Frankrijk. In 1477 was hij in dienst van René van Anjou in Aix-en-Provence – het beginpunt van zijn loopbaan. Nadat hij in de jaren ’80 aan het hof van Milaan had gewerkt en tussen 1489 en ongeveer 1495 voor het pauselijk koor, werd hij in 1503 door de hertog van Ferrara aangesteld als maestro di capella. Hij bekleedde die positie echter niet lang en keerde een jaar later terug naar Condé om daar provoost te worden van de O.L. Vrouwe kerk te worden.

Josquins Missa Pange lingua lijkt te zijn geschreven rond 1514. Het is een mis waarvan het melodische materiaal bestaat uit variaties op de Corpus Christi hymne pange lingua. Deze parafrase techniek staat bekend als als ‘parafrase’ en Josquin was daar een meester in. Het werk is niet opgenomen in de derde bundel van Josquins missen die de Venetiaanse drukker Petrucci in 1514 uitgaf. Toch was het werk populair genoeg om in diverse manuscripten uit die tijd te worden gepubliceerd.

Dan is er de Missa la sol fa re mi waarvan de titel onder andere slaat op de melodische passage die ruim tweehonderd maal met ongewijzigde intervallen opduikt in de loop van het werk. Dst lijkt niet de manier waarop men liefst naar dergelijke muziek luistert, maar de componist past dit principe zo geraffineerd toe dat men zich als luisteraar nauwelijks realiseert wat hier aan de hand is. 

Phillips zorgt ook nadrukkelijk dat er niet de aandacht op wordt gevestigd behalve daar –n zoals in het Osanna – waar het is bedoeld als een ostinato. Het gaat ongetwijfeld over een groots en belangrijk werk.

De uitvoering door de Tallis Scholars toont de imiterende textuur van het werk met grote expressie en helderheid – belangrijke elementen uit deze missen komen op caleidoscopische manier tevoorschijn en verdwijnen weer. Het begrip van de luisteraar wordt vergroot door de opname van pange lingua voorafgaand aan de betreffende mis.