KILLMAYER: HÖLDERLIN LIEDEREN I-III, SCHREIER, PRÉGARDIEN
CD Recensies - K

Killmayer: Hölderlin-Lieder, cyclus 1-3. Christoph Prégardien (t), Philipp Ciesliewiz (jongenss.) en Siegfried Mauser (p). EMI 754.431-2 (1u. 54’53”). 1991

 

Killmayer: Hölderlin-Lieder, cyclus 1 en 2. Peter Schreier (t), Philipp Jungebluth (jongenss.) en het NDR Omroeporkest Hannover o.l.v. Bernhard Klee. Wergo WER 6245-2 (2 cd’s, 1u. 15’). 1993

 

Zich verzetten tegen het gemechaniseerde en gefunctionaliseerde was altijd een streven van de Duitse componist Wilhelm Killmayer (1927). Net als destijds in ander opzicht de dichter Friedrich Hölderlin. Deze zielsverwantschap komt goed naar voren in de drie 18-delige liederencyclussen, maar dan wel op een betrekkelijk naïeve manier wordt de toestand in een wachtkamer in associatief verband gebracht; de dichter was toen de waanzin al nabij.  Dit werk uit 1986 mag niet worden verward met de drie Hölderlin liederen voor bariton en piano uit 1967.

Twee opnamen staan ter beschikking. Op de Wergo cd horen we het eerste tweetal cyclussen werd voor het eerst in München en Salzburg door Peter Schreier uitgevoerd en het is goed zijn visie nog eens te kunnen beluisteren. Zijn realisatie is in menig opzicht – precisie, zuiverheid – ideaal. Maar met zijn erg ‘open’ timbre is hij toch de hier wat minder passende zanger dan Prégardien die beter raad weet met een fraaie melodische vorming.

Bernhard Klee zorgt met zijn orkest voor een subtiel gekleurde begeleiding met een belangrijke rol voor de solo fluit. De twee opnamen vullen elkaar prachtig aan. Jammer alleen dat Schreier niet aan de derde cyclus toekwam.

Op volledige EMI opname fungeert de piano als ritmisch variabele motor; de zangstem ontvouwt zich in quasi recitatieven en cantilenes en filtert als het ware de krachtiger toon van de grote romantische liedcomponisten. Christoph Prégardien en Siegfried Mauser blijven dit repertoire niets schuldig met hun hoogst intelligente voordracht. Hier verschijnt Hölderlin in zijn geheimzinnige, mentaal verduisterende wereld als een soort visionair, iets wat Killmayer geenszins negatief ziet.