MAHLER: ADAGIO UIT SYMFONIE NR. 10
Mahler: Symfonie nr. 10: Adagio; Shostakovitch: Symfonie nr. 14 op. 135. Joelia Korpacheva en Fedor Koeznetsov met Kremerata Baltica o.l.v. Gidon Kremer. ECM 476.6177 (76’33”). 2001 Zelden zal het vage, desolate standaard zwart/wit hoesbeeld van de ECM producties met in dit geval een wakend oog geprojecteerd op een weg met dooiende sneeuw en een vaag poppetje zo toepasselijk zijn  geweest op het programma van de muziek die eronder verborgen zit. Geen vrolijke, maar uitgesproken duistere werken van Mahler en Sjostakovitsj.Het Adagio uit Mahlers symfonie nr. 10 kennen we in de gangbare vorm waarin de hand van Ernst Krenek niet helemaal vreemd is voor volledig orkest. Toegegeven, de strijkers daarin valt de essentie van de muziek toe, maar de blazers geven wat extra kleur. Kremer gebruikte een bewerking voor louter (in omvang beperkt) strijkorkest van Hans Stadlmair en beent de muziek zo enigszins uit. Van een kleurenprent wordt zo -  inderdaad zie de afbeelding – een ets in scherp zwart/wit getekend. Het betekent echter geenszins een verlies aan expressie, aan zeggingskracht. In tegendeel: door zich op de essentie te concentreren in een heel intense verklanking vol fraaie nuancen en met vaak pittige accenten en grote dynamische contrasten (onder meer herinnerend aan Kremers pakkende versie van Schuberts vijftiende kwartet) leeft dit losse deel als zelden tevoren.De Veertiende van Shostakovitch is een ander geval apart, een werk over de dood. Het klinkt hier in originele vorm voor sopraan, bas en strijkorkest, waarbij de uitvoerenden er voor kozen om de teksten van Lorca, Apollinaire, Rilke, Brentano en Küchelbecker in het Russisch te zingen. Niets op tegen, al is ook veel te zeggen voor de opvatting van Haitink (Decca 425.074-2) die ze door Varady en Fischer-Dieskau in de oorspronkelijke talen liet zingen. Het pleidooi dat Kremer en de zijnen hier houden, is echter even krachtig, het is ook erg goed opgenomen en komt in alle kracht uit de luidsprekers.