RESPIGHI: ORKESTWERKEN, FALLETTA
CD Recensies - R

Respighi: Vetrate di chiesa P.150; Impressione brasilane P. 153; suite Rossiniana P. 148. Buffalo filharmonisch orkest o.l.v. JoAnn Falletta. Naxos 8.557711 (65’26”). 2006

Respighi: Romeine trilogie. Feste romane P. 157; Fontane di Roma P.106; Pini di Roma P. 141. Buffalo filharmonisch orkest o.l.v. JoAnn Falletta.Naxos 8.574013 (62’13”). 2018

Respighi’s bekendste werken zijn niet altijd zijn beste en degenen die beklagen dat zijn muziek bombastisch is, krijgen hier genoeg munitie aangereikt. Naar de drie werken op de eerste cd komen zogezegd uit zijn ’tweede rij’ en zijn heel genietbaar. Juist omdat ze niet zijn bedoeld om te luisteraar te overweldigen met geluidsvolume en orkestrale effecten.

Vetrate di chiesa uit 1925 lijkt een excuus te zijn om vier bijbelse episodes of personages muzikaal te illustreren: ‘De vlucht naar Egypte’, ’St. Michael, de aartsengel’, ‘De metten van St. Clara’ en ’Sint Gregorius de Grote’. Maar de muziek werd met geringe religieuze gevoelens geschreven en de titels werden toegevoegd nadat de muziek was geschreven. ’St. Michael’ begint kalm, maar eindigt glorieus luid met de tam-tam. Voor de vertolking hoeft Jo-Ann Falletta zich allerminst te schamen.

In 1927 reisden Respighi en zijn vrouw naar Brazilië en de Impressione brasilane waren het muzikale resultaat. Men zou verwachten dat de couleur locale van Rio voor felle beelden zou zorgen, maar de componist schildert hier  in waterverf en niet in olieverf. In de eerste impressie gaat het over een geheimzinnige ‘tropische nacht’, in de tweede wordt een herpeteologisch instituut bezocht waar hij emotioneel getroffen raakt door de verraderlijke, sluipende slangenwereld; de muziek glijdt sinister en het Die Irae wordt geciteerd. Het laatste deel heet eenvoudig ‘Lied en dans’ en heeft een impressionistisch karakter.

Waar Respighi in de Antiche danze ed arie per liutu en Gli uccelli  terugblikte op de barok en vroeger, koos hij in La boutique fantasque voor kleine pianowerken van Rossini en arrangeerde hij latere (en dus geen operamelodieën) in de suite Rossiniana.

Rome vormde de inspiratiebron voor talloze schilders, dichters, romanschrijvers en componisten (denk aan Puccini’s Tosca). Maar een van de liefdevolste muzikale hommages aan de stad is de Romeinse trilogie -Fontane di Roma (1916), Pini di Roma (1924) en Feste romane (1928) -  van Respighi die uit Bologna kwam en pas toen hij midden dertig was naar Rome verhuisde. Pini di Roma werd het bekendst als portret van vier oriëntatatiepunten die met pijnbomen zijn begroeid. Bij Villa Borghese horen we kinderen spelen, in de catacomben klinken zangerige, mysterieuze echo’s, op de Janiculumheuvel zingt een nachtegaal bij maanlicht en langs de Via Appia worden we geleidelijk overweldigd door een fantastisch visioen van voorbije glorie.

In het delicatere Fontane di Roma suggereert Respighi’s fraaie orkestratie het opspuitende water dat in de zon schittert, Feste romane is weer heel anders. Hier worden dramatische beelden opgeroepen van martelaren die in de arena gaan sterven, pelgrims die naar Rome marcheren, een oogstfeest in de wijngaard en woeste feesten aan de vooravond van Driekoningen.  In al deze werken doorstaat Falletta met glans de vergelijking met andere dirigenten. Ze vertelt ons dat Respighi niet vulgair is, ze schenkt aandacht aan menig detail en laat de kwaliteiten van het orkest uit Buffalo goed naar voren komen. Vrij verrassend resulteert dat in twee opnamen van overweldigende kracht, weergaloze warmte en grote helderheid. Wie wil vergelijken, kan een beroep doen op Lopez-Cobos (Telarc CD 80356), Pappano (EMI 394.429-2), Maazel (Sony SK 66843), Reiner (RCA 82876-71614-2) en Dutoit (Decca 410.1450-2).