BEETHOVEN: PIANOSONATE NR. 29; OUVERTURES (BEW.)
CD Recensies - B

Beethoven: Pianosonate nr. 29 in Bes op. 106 Hammerklavier (bew. David Plylar); Ouverture Leonore III op. 72b (bew.); Ouverture Fidelio op. 72c (bew.). Leipzigs strijkkwartet en Peter Michael Borck (tr). MDG MDG 307-2072-2(65’13”). 2017

‘Da haben sie eine Sonate die den Pianisten zu schaffen machen wird’ stelde Beethoven vast nadat hij zijn Große Sonate für das Hammerklavier in 1818 klaar had. Het werk gold inderdaad aanvankelijk als onspeelbaar en de eerste gedocumenteerde vertolking vond pas plaats toen Liszt het werk in de Parijse Salle Érard uitvoerde in 1838. 

Zeker destijds had Beethoven gelijk met zijn waarschuwing want op. 106 was een grote uitdaging voor de interpreet om te testen waartoe zijn hersens en zijn vingers toe in staat waren. Het adagio sostenuto verdient met de ariëtta uit nr. 32 een lauwerkrans onder alle langzame delen van Beethovens langzame pianosonatedelen.

Hoe treffend en kernachtig deze van emotionele densiteit deze muziek kan klinken, toonden vooral Pollini (DG 419.199-2), Schiff (ECM 476.6189) en Solomon (EMI 764.708-2) aan met een compromisloze waarheidsliefde. Dat de vertolker daaronder mogelijk wat te lijden heeft, lijkt bijzaak.

Hoe anders wordt dit wanneer het complexe werk voor twee handen met tien vingers door Davis Plylar, een curator van de Amerikaanse Library of congress wordt opengelegd en verdeeld over vier strijkers. Het leidt tot een duidelijker verdeling van de stemmen en verheldering van de structuren en zal deze sonate voor velen toegankelijker maken.

De beide ouverture klinken in bewerkingen van (onbekende?) tijdgenoten van Beethoven en zijn ook wel interessant.De verrassing komt natuurlijk aan het slot van Leonore III wanneer de trompettist Peter Michael Borck van het Gewandhausorkest zijn trompet heft om het verlossende signaal te laten horen.  

Met de verwachte uitstekende speelkwaliteiten van het Leipzigs kwartet is dit een heel fijne uitgave geworden.