BRUCKNER: SYMFONIEËN NR. 6 EN 9, NELSONS
CD Recensies - B

Bruckner: Symfonieën nr. 6 in A WAB. 106 en 9 in d  WAB 109; Wagner: Siegfried Idyll; Voorspel Parsifal. Gewandhausorkest Leipzig o.l.v. Andriss Nelsons. DG 483.6659 (2 cd’s, 2u., 31’54”). 2018 

In het aprilnummer 2018 staat een interessant interview met Nelsons over de dubbele onderneming waarin zijn grote klus - een Brucknercyclus in Leipzig en een Shostakovitchdito in Boston aan de orde werd gesteld. Alle aandacht moest worden verdeeld over de heel katholieke muziek van een Oostenrijkse boerenvroomheid die telkens werd gecombineerd met een flard van Wagners opera’s en de vaak onderhuidse protestmuziek uit de Sovjetperiode.

Met beide cyclussen is Nelsons al een eind onderweg en in beide gevallen krijgt hij een heel goede pers. Van Bruckner verschenen van hem al Symfonie nr. 3 met Wagners Tannhäuser ouverture (DG 479.7208), nr. 4 met Wagners Lohengrin voorspel (DG 479.7577) en nr. 7 met Wagners Götterdämmerung treurmars (DG 479.8494).

Nu is de beurt aan nr. 6 die om een of andere vreemde reden het Sneeuwwitje onder zijn negen symfonieën is. Het werk heeft talloze kenmerken die het populair zouden moeten maken. het is naar  Bruckners maatstaven vrij kort, vol met aantrekkelijke ideeën en het einde van het langzame deel is een van Bruckners teerste passages.

Het eerste deel beschikt over een stevig ritme dat al degenen die de componist te breedsprakig vinden zou moeten overtuigen. Misschien is het raadselachtige einde (dubbelzinniger, minder bekrachtigend dan in de andere symfonieën) dat een favoriete rol in de weg staat.

Deze symfonie ontstond in een vrij dramatische periode van Bruckners leven toen zijn geloof aan het verzwakken was. Ook over dit werk heeft Nelsons goed nagedacht. Hij zet een vrij stevig tempo in voor het eerste deel, maar zorgt er goed voor dat alle aspecten aan het licht komen en ruimte krijgen om te ademen. In de finale laat hij horen dat hij de duistere geheimen achter de op het eerste gehoor zelfverzekerde en brutale fortissimi heeft opgemerkt. Aan het slot van het langzame deel wordt voldoende licht en lucht doorgelaten om een indruk van zwaarmoedigheid te vermijden.

Dat ook Symfonie nr. 9 heel mooi slaagde, zal nauwelijks nader betoog hoeven en ook het Wagnerfragment klinkt indrukwekkend. Zo is Nelsons op weg om voor een van de mooiste Brucknerreeksen te zorgen. Naast die van Wand, Haitink en Karajan.

Wie nu nog aan Bruckner moet beginnen, kan rustig bij Nelsons aanhaken. Voor wie dat van belang vindt: de versies Nowak 1881 en 1884 zijn gebruikt.

Ook beide Wagners slaagden mooi, de Siegfried  Idyll teer en liefdevol, het Parsifal voorspel verwachtingsvol.