BACH, J.S.: MAGNIFICAT; CANTATE NR. 80, HERREWEGHE
CD Recensies - B

Bach, J.S.: Magnificat in D BWV. 243; Cantate nr. 80 Ein feste Burg ist unser Gott BWW. 80. Barbara Schlick (s), Gérard Leste (ct), Howard Crook (t), Peter Kooy (bs) met het Collegium vocale Gent en La chapelle royale o.l.v. Philippe Herreweghe. Harmonia Mundi HMC 90.90.1781/2, HMM 93.1326 (53’08”). 1990 

 

Toen Bach in 1723 als Kantor in Leipzig werd aangesteld, na bijna een jaar van onenigheid, barstte hij los. Er volgde een ware stroom van meesterwerken met een hitratio dat alleen vergelijkbaar is met het annus mirabilis van liederen en symfonieën van de achttienjarige Schubert. 

De kroon op die reeks werken is het Magnificat dat hij voor zijn eerste Kerstviering daar schreef. De twaalf delen van de Latijnse tekst zijn verspreid over meer dan zeshonderd maten. Vergelijk dat eens met de 126 maten van het Kyrie waarmee de the Messe begint.

Er zijn slechts ongeveer twaalf minuten aan koorzang, maar die behoren tot de veeleisendste uit zijn oeuvre, alsof hij de vaardigheden van zijn gedisciplineerde koor wilde showen. Allerlei combinaties wisselen elkaar af in feestelijke uitbarstingen van kleur met daartussen soli die kort respijt bieden. Er is een haast indringende overdaad van het koor - met name in het Italiaaneske duo ’Et misericordia’ - en dan is er nog de zwierige tenoraria ‘Deposuit’ terwijl de actie niet wordt onderbroken door recitatieven.

Naar lokale traditie laste Bach in de Maria-hymne voor een ander orkest en koor in antifonaal gezang in. Die vorm kennen we als het Magnificat in Es BWV. 243a, dat samen met een stel Cantates ook door Herreweghe is opgenomen (Harmonia Mundi HMC 80.1781/2).

Enkele jaren later schrapte hij die toevoegingen en verander de toonaard in een spectaculairder D. 

Deze nu afzonderlijk heruitgeven oudere opname maakt meteen duidelijk, dat tegenwoordig in vrijwel alle opname de alt is vervangen door een countertenor. De voorbeelden zijn van Harnoncourt met Paul Esswood (Teldec 8.42955), Hickox met Michael Chance (Chandos CHAN 0518), Cleobury idem (EMI 556.994-2), Jos van Veldhoven met Johannette Zomer en William Towers (Channel Classics CCS SA 32010), Kuijken met Jacobs (Virgin 561.833-2),McCreesh met Robin Blaze (Archiv 469.531-2), Gardiner met Charles Brett (DG 477.8735), Pierlot met Carlos Mena (Mirare MIR 102), Rademann met Kai Wessel  (Carus 83.152), Dijkstra met Maarten Engeltjes (BR Klassik BR 900504), Cohen met Iestyn Davies (Hyperion CDA 68157).

Van al deze uitgaven zijn het vooral die van Van Veldhoven, Hickox, Kuijken, Dijkstra en Gardiner die in een voorkeurspositie verkeren. Maar ook Herreweghe beschikt over voortreffelijks solisten, een heel goed koor en de juiste opvatting. Wie de combinatie met een van de bekendste Cantates aanstaat, hoeft niet te twijfelen.