CONNESSON: CELLOCONCERT; LUCIFER; COSMIC TRILOGY; PIANOCONCERT
CD Recensies - C

Connesson: Celloconcert; Lucifer. Jérôme Pernoo met het Monte Carlo filharmonisch orkest o.l.v. Jean-Christophe Spinosi. DG 481.1166 (65’19”). 2012

 

Connesson: Cosmic Trilogy; Pianoconcert The shining one. Eric le Sage (p) met het Schots nationaal orkest o.l.v. Stéphane Deneuve. Chandos CHSA 5076 (52’13”). 2009

 

In het muziekseizoen 2017/8 lijkt het werk van de Franse componist Guillaume Connesson (1970) een ware hype te zijn. In oktober speelde het Nederlands filharmonisch orkest zijn Les cités de Lovecraft, in maart volgde een nieuw werk door het Nederlands kamerorkest en op een paar dagen nadat deze woorden worden geschreven voert het Concertgebouworkest de wereldpremière van Eiréné uit in de serie Oorlog en Vrede.

Gelukkig zijn er dirigenten als Deneuve, Spinosi en nu ook Gatti die zich voor hem inzetten en enige werken van hem gehoord hebbende, wordt duidelijk waarom zijn ster snel rijzende is. Zijn muziek is namelijk niet alleen interessant door de gekozen intrigerende onderwerpen (en titels). Maar is ook verleidelijk, heel knap geschreven en bij vlagen flamboyant. Zoekend naar hoorbare invloeden komen we al gauw terecht bij Ravel, Shostakovitch, Messiaen en Adams (veel ostinati). Maar Connesson heeft ook een markante eigen stem.

Dat een paar groten in de muziekindustrie als DG en Chandos brood zien in deze componist, is heel begrijpelijk. Het bijstond ere daarvan komt telkens naar voren in zijn vaak esoterische, geheimzinnige symfonische gedichten die ook begrijpelijk te volgen zijn.

Massieve harmonische blokken onderstrepen subtiele bewegingen aan het oppervlak en daaruit ontstaan dan mooie melodieën die misschien niet erg intellectueel zijn, maar wel treffend en met veel verbeelding georkestreerd. 

Het aan Jérôme Pernoo in 2008 opgedragen Celloconcert heeft iets van een hedonistische afleiding van de Celloconcerten van Shostakovitch, maar zit goed in elkaar en wordt met overtuiting uitgevoerd. Het magische derde deel, waarin het verloren paradijs van de kindertijd wordt bezongen, is het hoogtepunt.

Met de balletmuziek Lucifer (2011), de brenger van het licht die door satan uit de hemel werd gegooid, begeeft de componist zich in de esoterische klankwereld met dito muziek. Dankzij toegewijde, goed verzorgde en energieke vertolkingen wint deze muziek aan kracht.

Zijn in de Kosmische trilogie die bestaat uit de delen ‘Aleph’, ‘Une lueur dans l’âge sombre’ en’Supernova’ echo’s te horen van Scriabins Universum? Het werk is een boogvormige constructie van van elkaar onafhankelijke werken. Aleph is zowel de eerste letter van het Hebreeuwe alfabet als het symbool van oneindige hoofdgetallen. Opvallend is dat die als ’symfonische dans van leven en energie’ omschreven Kosmische trilogie in 2007 werd geschreven als verjaarscadeau.

Vergeleken hiermee is het Pianoconcert met de ondertitel The shining one een toccata-achtig moto perpetuo niemandalletje van 9’07”.

Het maakt benieuwd naar een werk als A glimmer in the age of darkness over de komst van het licht in het universum zo’n vierhonderd jaar na de Big Bang.

Tot de paar overige van Connesson in verzamelprogramma’s opgenomen  werken behoren Disco toccata voor klarinet en cello (Klarinet Classics CC 0043), het op een drietal Händel cd’s verdwaalde Pianoconcertino (Berlin Classics BC 300554), het kwartet voor 4 klarinetten Prelude and funk (Indésens INDE 044) en Techno parade voor fluit, klarinet en piano (Chant de Lines CL 1498).