FRANCK: ORGELWERKEN, VAN OOSTEN
CD Recensies - F

Franck: Orgelwerken. Stuk voor orgel in Es (1846); Pièce pour grand grand orgue in A (1854); Andantino in g M. 25; Offertoire in f, Lento in d, Allegretto non troppo in Es, Offertoire in Es, Andantino in As, Allegro moderato in Des, Offertoire in fis, Andantino in Es, Allegretto in D, Offertoire in g, Prélude pour l’Ave Maria Stella in d, Andantino in D, Offertoire in B, Allegretto non troppo in D, Élévation in A, Andantino in C, Grand choeur in C, Offertoire pour la messe de minuit in d, Sortie in D uit Pièces posthumes (1858-1863); Antiennes nr. 1-3; Fantaisie in C op. 16, M. 28; Grande pièce symphonique in fis op. 17, M. 29; Prélude, fugue et variation in b op. 18, M. 30; Pastorale in E op. 19, M. 31; Prière in cis op. 20, M. 32; Final in Bes op. 21, M. 33; Offertoire sur un noël breton in a; Fantaisie in C (versie 1868); Fantaisie in A M. 35; Cantabile in B M. 36; Pièce héroïque in b M. 37; Choral nr. 1 in E M.38, 2 in b M. 39 en 3 in a M. 40. Ben van Oosten.MDG MDG 316-2080-2 (4 cd’s, 4u. 52’06”). 2017/8

 

Francks reputatie als orgelcomponist berust vooral op de meesterlijke reeks van zo’n dozijn werken die hij schreef gedurende de jaren 1860 en in zijn laatste tien levensjaren. Hoogtepunten daaruit zijn Prélude, fugue et variation (1862), de 6 Stukken op. 16-21, waartoe de Fantaisie in C, het Grande pièce symphonique, Prélude, choral et variation, Pastorale, Prière en Final deel uitmaken en de drie magistrale Chorals (1890).

Daarin werd het tonale palet van het orgel geheel benut.

Franck was zelf een hoogbegaafde organist en in de Parijse Sainte Clothilde kerk waarvan hij sinds 1858 organist was eb met zijn improvisatie de aandacht trok, had hij het voordeel dat hij kon beschikken over een innovatief orgel dat was gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll (1811-1899).

Dat instrument stelde hem in staat om orgelwerken met de klankomvang van symfonische muziek te schrijven. Muziek waarin de componist zich het beste thuis voelde, ook al vertegenwoordigen niet alle orgelwerken hem als avontuurlijk, grensverleggend, toekomstgericht componist.

Wel bouwde hij een corpus van orgelmuziek op dat een centrale plaats in het repertoire voor dit instrument inneemt.

Ben van Oosten reisde voor deze opname niet naar Parijs, maar naar Rouaan waar hij in de Saint Ouen een zich in heel goede staat verkerend Cavaillé-Coll orgel trof waarop hij Franck optimaal tot zijn recht kon laten komen.

Terecht heet de uitgave niet ‘volledige orgelwerken’ van Franck. Wat namelijk ontbreekt zijn delen van de 44 Pièces posthumes uit 1905, het complete 9x7 delige L’organiste M 41 en de 5 door Vierne bewerkte harmoniumstukken plus Petit offertoire en Andante quasi lento. Die zijn wel te vinden in de uitgave op 6 cd’s van Hans-Eberhard Roß (Audite 21.413) uit 2005.

Wat wel ontstond is een toonaangevende opname. Van de technische vaardigheid, het stijlbesef tot de uitvoeringsstijl en van de toonkleuren van het instrument tot de tekst in het boekje is alles keurig in orde, inclusief de specificatie van het orgel.