GIULIANI: GITAARLIEDEREN
CD Recensies - G

Giuliani: Opere solistiche per voce e chitarra. Grande ouverture op. 61; Ariettes op. 95 nr. 1-6; Variaties over een thema van Händel op. 107; Romance ‘Enfant chéri’ op. 27; Sonata eroica in A op. 150; Cavatines op. 39 nr. 1-6; Cavatine ‘Di tanti palpiti’ op. 78. Rossanna Bertini (s) en Davide Ficco (git). Tactus TC 780703 (69’16”). 2013

 

Sinds de Romero broers zich destijds ontfermen over de Gitaarconcerten en andere werken voor gitaar en orkest (op Philips 454.262-2) van Mauro Giuliani (1781-1829) is deze componist voor velen een begrip.

De Napolitaan Giuliani gold als de belangrijkste gitarist uit zijn tijd; na zijn vijfentwintigste verbleef hij in Wenen waar een veel gunstiger klimaat voor zijn instrument heerste dan thuis. Hij schreef massa’s werken voor zijn instrument, maar minder bekend is dat hij ook gitaarliederen componeerde.

In een programma met afwisselend gitaarsoli en liederen kunnen we daar nu mee kennismaken. Dat blijkt lonend want de blijkbaar erg praatzieke componist die eigenlijk Giuseppe Sergio Pantaleo heette liet een massa gitaarliederen na. Deels gaat het om arrangementen, maar steeds blijkt dat de componist nooit om een aardige melodie verlegen was. Veel heeft een duidelijk salonmuziek gehalte, maar is best aardig om eens gehoord te worden.

Rossanna Bertini heeft het voordeel dat ze in haar moedertaal kan zingen en ze doet dat duidelijk met heldere toon en heel charmant. In de solowerken is ook Davide Ficco goed thuis.

Een oudere opname van Antonia Elisabeth Brown en Adriano Sebastiano (Rodolphe RPC 32510) verbleekt hiermee vergeleken enigszins.