MARTINŮ: CONCERTEN VOOR 2 VIOLEN EN 2 PIANO'S EN ORKEST; RAPSODIE-CONCERT
CD Recensies - M

Martinů: Concert voor 2 violen en orkest nr. 2 in D H. 329; Rapsodie-concert voor altviool en orkest H. 337; Concert voor 2 piano’s en orkest H. 292. Deborah en Sarah Nemtanu (v), Margalit Demesse (va), Momo en Mari Kodama met het Marseille filharmonisch orkest o.l.v. Lawrence Foster. Pentatone PTC 5186-658 (62’31”). 2017

 

Na Janáček werd Bohuslav Martinů (1890-1959) de belangrijkste Tsjechische componist van e twintigste eeuw hoewel hij lang. Buiten zijn vaderland leefde. Hij was enorm productief en schreef muziek in vele genres.

Hoewel Debussy en Stravinsky veel invloed hadden op zijn muziek, hah Martinů in de jaren dertig vorige eeuw een eigen muzikaal accent bedacht met stuwende motorische ritmen en een heldere instrumentatie. Met de ontwikkeling van die stijl werd zijn muzikale taal ook haast verdacht meer toneel voor die tijd, maar dat ontaardde nooit in banaliteit.

Het is jammer dat zijn beste en aardigste werken wat weinig aandacht krijgen. Neem het Rapsodie-concert voor altviool en orkest uit 1952. Wie het eenmaal heeft gehoord, keert er graag naar terug. Josef Suk nam het ooit op (Supraphon SU 3967-2), daarna Rysanov (BIS SACD 2030) en nu is Margalit Demesse aan de beurt. Omdat het in dit werk meer om expressie dan om virtuoos vuurwerk gaat is zij zeer op haar plaats met haar warme toon en haar voorwaarts strevende opvatting in het eerste deel met zijn fraaie solo melodielijnen. In het tweede deel steekt ze wat meer energie enfin de slotcoda klinkt ze ontroerend. Aan magische en nostalgieke momenten geen gebrek.

Het Dubbelconcert voor 2 violen nr. 2 is ook een laat, in de V.S. in 1950 gecomponeerd werk. Martinů was toen de Concerto grosso stijl van het eerste dubbelconcert, het Duo concertante H. 264 uit 1937 duidelijk voorbij in een werk waarin de solisten en het orkest in vrij romantische stijl onafhankelijker van elkaar ageren. Deborah en Sarah Nemtanu vormen een puik koppel om deze muziek te laten glinsteren.

Eerder, in 1943 ontstond in Amerika het Concert voor 2 piano’s en orkest. De componist was in Londen toen hij daar de première meemaakte van Bartóks Concert voor 2 piano’s en slagwerk. Mogelijk inspireerde en beïnvloedde hem dat bij het schrijven van zijn Piano dubbelconcert waarin hoekige ritmen en jazzy texturen het eerste deel beheersen. Het tweede deel is overpeinzend van aard en de finale klinkt heel spiritueel met de beide pianist ten als dartele sparring partners. Mari en Momoyo Kodama  (die onder andere al een mooie opname van voor 2 piano’s van balletsuites van Tchaikovsky op hun naam hebben (Pentatone PTC 5186-579)) vervlechten hun solopartijen levendig en spelen dansende syncopen. Tussen de licht jazzy hoekdelen klinkt een sereen rustig langzaam deel.

Voor goed afgewerkte, op de solisten ingaande begeleidingen zorgt Lawrence Foster met het hier onbekende orkest uit Marseille.