MONTALBETTI: PERSOONLIJK DAGBOEK IN MUZIEK, EEN
CD Recensies - M

Montalbetti: Een persoonlijk dagboek in muziek. Études après Kandinsky nr. 1-3; Esprit tendre; Solovioolsonate; Un herbier pour la vie; 5 Formats; Prière de l’ange gardien. François-Frédéric Guy (p), Jean-Louis Capezzali (h), Tedi Papavrami (v), Marc Cppey (vc), Nicolas Baldeyrou (kl), David Guarrier (tr). Alpha ALPHA 263 (66’12”). 2008/2014

 

De Franse pianist François-Frédéric Guy verraste tijdens zijn optreden in februari 2018 in Amsterdam vooral met de drie Études après Kandinsky van zijn landgenoot Éric Montalbatti (1968) die al op elfjarige leftijd zijn eerste compositie schreef en al wel terwijl hij piano en orgel ging studeren bij Paul Méfano en Michel Levinas terwijl hij masterclasses volgde bij George Benjamin en Magnus Lindberg. Later volgde hij als beginnend componist cursussen bij Pierre Boulez, Robert Piencikowski en Andrew Gerszo aan het befaamde IRCAM en kan zich dus gerust een product van dat belangrijke instituut noemen. Met zijn Solovioolsonate won hij in 1990 een eerste prijs op een concours van de Menuhin stichting.

Dat Amsterdamse optreden van Guy was aanleiding genoeg om wat verder te zoeken. Met succes, want Alpha publiceerde in 2015 een cd met opnamen van zes dergelijke solowerken voor diverse instrumenten. Daaronder dus ook die Kandinsky studies met de delen: ‘Deux traits noirs’, ‘De l’obscurité des sphères à leur éclat - after ‘yellow-red-blue’ en ‘Furieusement amoureux - après lyrique’.

Het gehele recital met zes goede solisten op heel verschillende instrumenten vertegenwoordigt het ‘persoonlijke dagboek van de componist over de afgelopen vijfentwintig jaar’.

In zijn werken onderzoekt hij tal van emoties: vitale energie, angst, rauw, vragen hoop, kwaadheid, liefde, dankbaarheid, gebed.

Dat leverde de zes hier opgenomen werken op. Trois études après Kandinsky voor piano, Esprit tendre voor hobo (als eerbetoon aan Helen en Elliott Carter), die vierdelige Solovioolsonate, een Suite voor solocello en La prière de l’ange gardien voor hoornsolo.

Bij dat pianowerk blijkt het meer specifiek om de volgende schilderijen van Wassily Kandinsky te gaan: Deux traits noir uit 1930, Gelb, rot blau uit 1925 en Lyrisches uit 1911. Het zijn drie vitale, geabstraheerde korte stukken die een beroep doen op de extremen van de klaviatuur Met name het middelste met zijn lyrische tremoli tot slot, maakt indruk.

Behalve de goed gekwalificeerde Guy zijn voor dit interessante project nog vijf instrumentalisten met een heel goede kwalificatie ingezet. Samen geven ze een prachtig beeld van Montalbetti.