ROSSINI: PETITE MESSE SOLENNELLE, PAPPANO
CD Recensies - R

Rossini: Petite messe solennelle. Marina Rebeka (s), Sara Mingardo (a), Francesco Meli (t), Alex Esposito (bs)  met het koor en orkest van de Accademia nazionale di Santa Cecilia o.l.v. Antonio Pappano. EMI 416.742-2 (2 cd’s, 1u. 23’12”). 2012 

 

Nadat hij in negentien jaar dertig opera’s had geschreven, stopte Rossini in 1829 met componeren op de leeftijd van 37 jaar.  De jaren ’30 en ’40 waren echter geen gelukkige jaren voor hem. Hij werd achtervolgd door ziekte en een problematisch liefdesleven.

In 1855 vestigde hij zich in Parijs waar hij het leven als componist weer oppakte. Hij schreef toen onder andere een reeks liederen en kamermuziekwerkjes die hij ‘de zonden van de oude dag’ noemde en een ‘laatste zonde’, een werk dat zijn herdenkingsmis zou worden: de Petite messe solennelle

Met een duur van zowat anderhalf uur kan dit werk nauwelijks ‘petite’ worden genoemd. De titel verwijst dan ook naar de bescheiden aard van het werk, dat is bedoeld voor twaalf zangers, begeleid door twee piano’s en een harmonium.

Het gaat om een bezield religieus werk dat ook Rossini’s gave voor het theater laat horen: duister en plechtig, dramatisch en levendig, vol met glorieuze melodieën. Deze mis was nooit bedoeld voor uitvoering in een kerk en klonk in 1854 voor het eerst in een salon van het Parijse stadhuis. Later orkestreerde Rossini het werk (menend dat als hij dat niet zelf deed, niemand anders dat zou doen).

In 2012 werd een Vergelijkende Discografie over het werk gemaakt en natuurlijk verscheen pal daarop deze opname. Pappano koos voor deze orkestrale vorm en maakte daar de beste opname van.