VIVALDI: OPERA ARIA'S 2, BARTOLI
CD Recensies - V

Vivaldi: Opera aria’s 2. ‘Se lento ancora il fulmine’ uit Agrippina RV. 697; ‘Sol da te, mio dolce amore’, ‘Ah fuggi rapido’ uit Orlando furioso RV. 728; ‘Vedró con mio diletto’ uit Giustino RV. 717; ‘Quell’augellin’ uit La Silvia RV. 734;’Leggi almeno, tiranna infedele’ uit Ottone RV. 729; ‘Sol quella guancia bella’ uit La veritá in cimento RV. 739; ‘Sovente il sole’ uit Andromeda liberata; ‘Combatta un gentil cor’ uit Tito Manlio RV. 738; ‘Se mai senti spirararti sul volta’ uit Cantone inn Utica RV. 705. Cecilia Bartoli (ms) met het Ensemble Matheus o.l.v. Jean-Christophe Spinosi. Decca 483.4475 (58’27”). 2018

 

De succesvolle Cecilia Bartolo moet zich altijd bewust zijn geweest van de nadelen van haar mezzostem. Niet wat haar unieke en prachtige stem zelf betreft, maar omdat operacomponisten veel meer interessante rollen voor sopraan dan voor mezzo schreven. Maar er was enige troost in de opera’s van Vivaldi. Deze moet een negentigtal hebben geschreven, maar er resten ons niet meer dan een stuk of twintig en er was vroeger slechts eentje in druk verschenen.

Ze moesten wel worden opgezocht in muziekbibliotheken en dat was precies wat de zangeres deed. Met prachtig resultaat op een eerste cd waarop ze zich beeldschoon en hartstochtelijk uitte.

In 1999 verscheen namelijk haar Vivaldi album (Decca 466.569-2) met 10 aria’s uit Dorilla in Tempe RV. 709, Griselda RV. 718, Orlando finto pazzo RV. 727, La fida ninfa RV. 714, Giustino RV. 717, l’Olimpiade RV. 725, Farnace RV. 711, Bajazet RV. 703, Teuzzone RV. 736 en een drietal concertaria’s.  

Bijna twintig jaar later voegt ze daaraan een nieuw tiental toe en het is goed om te ervaren dat haar stem niets aan glans en spontaniteit heeft verloren. Toen liet ze zich begeleiden door Il giardino armonica onder Giovanni Antonini, nu door het vergelijkbare Ensemble Matheus o.l.v. Jean-Christophe Spinosi.  Opnieuw is heel wat onbekend materiaal aan hert licht gebracht en verder behoeft goede wijn geen krans.