YSAŸE: SOLOVIOOLSONATES NR. 1-6, SAEIJS
CD Recensies - Y

Ysaÿe: Sonates voor soloviool nr. 1-6 op. 27, Frederieke Saeijs. Linn CKD 536 (77’00”). 2014 

 

Wie naar bewijs zoekt dat Eugène Ysaÿe tot de invloedrijkste violisten uit de twintigste eeuw behoorde, hoeft niet verder te kijken dan naar de vrienden voor wie hij solosonates schreef: Joseph Szigeti, Jacques Thibaud, Georges Enesco, Fritz Kreisler, Matthieu Crickboom en Manuel Quiroga. Het was Szigeti die hij in 1923 een solosonate van Bach hoorde spelen die hem binnen een etmaal deze zes antwoorden liet formuleren. In hoeverre ielke daarvan was toegesneden om van dat zestal iedereen met zijn voornaamste kundigheden te flatteren, blijft onbekend. Dat hij soms ook de spot met hen dreef, is wel duidelijk, maar waarom hij in de sonate voor Kreisler in het tweede deel het Dies irae aanhaalt weer niet.

Als geheel voert dit zestal sonates tot de uitersten van de viooltechniek. Intussen gingen heel wat violisten deze uitdaging aan. In 2016 is een aantal van hun opnamen besproken in een Vergelijkende discografie. Daarin werden toen vooral Zehetmair (ECM 472.687-2) en Ibragimova (Hyperion CDA 67993) geprezen.

Daarbij heeft zich toen al - maar nog onbekend - de Nederlandse Frederieke Saeijs die o.m. in Londen studeerde en in 2005 het Long-Thibaud concours won gevoegd. Ze toont zich een ideale pleitbezorgster van deze muziek die ze heel zorgvuldig en daarvoor wat langzamere tempi dan gewoonlijk kiezend om de werken van optimale lyriek en spiritualiteit te voorzien, maar soms ook dramatische accenten plaatst, steeds geheel wars van show. Het klinkt alles bewonderenswaardig en ook deze opname behoort tot de beste met een zekere voorkeur dankzij de heel open en natuurlijk klinkende, in de Philharmonie in Haarlem gemaakte opname.