KAVAKOS, LEONIDAS: VIRTUOSO
CD Verzamelprogrammas

Leonidas Kavakos: Virtuoso. Stravinsky: ‘Danse russe’ uit Petroesjka (bew. Dushkin); ‘Chanson russe’ uit Mavra (bew. Dushkin); Sarasate: Caprice basque op. 24; Romanza andaluza op. 22/1; Tárrrega: Recuerdos de la Alhambra (bew. Ricci); Falla: ‘Danza de la molinera’ uit De driekanten steek (bew. Szigeti); Paganini: Inleiding en variaties over ‘Nel cor piu non mi sento’; Wieniawski: Capriccio-valse op. 7; R. Strauss: ‘Wals’ uit Der Rosenkavalier op. 59 (bew. Prihoda); Dohnányi: ‘Andante rubato alla zingaresca’ uit Ruralia hungarica op. 32c; Britten: ‘Reveille’, concert étude; Elgar: La capricieuse op. 17; Tchaikovsky: ‘Valse sentimentale’, pianostuk op. 51/6 (bew); Paganini: Variaties over ‘God save the king’ op. 9; Dvorak: Humoreske in Ges op. 101/7, B. 187 (bew. Kreisler). Met Enrico Pace. Decca 478.9377 (78’47”). 2015

 

Sinds hij in 1991 de beide versies van het vioolconcert van Sibelius opnam (BIS CD 500) verscheen de ene na de andere prachtopname van de Griekse violist Leonidas Kavakos die na enige omzwervingen sinds hij met Pace de vioolsonates van Brahms opnamen exclusief aan Decca is gebonden.

In dit nieuwe programma met deels vertrouwde, deels onverwachte korte, grote viooltechnische uitdagingen vormende korte stukken toont hij zijn veelzijdigheid en zijn grote kunnen in dit niet uit voor de hand liggende toegiften bestaande programma opnieuw door zijn violistische trucendoos wijd open te zetten.

Haast zou je verlangen naar een bonus dvd met close-ups van hoe hij het doet. Bijvoorbeeld in Paganini’s Variaties over God save the king waarin hij tegelijk moet strijken en pizzicato moet spelen en in het stuk van Tárrega waarin hij knap een mandoline (en niet een gitaar) nabootst.

Aardig is verder de internationale opzet van het programma waarin de Russische geest van Tchaikovsky en Stravinsky, de Spaanse van Falla en Tárrega, de Tsjechische allure van Dvorak, de Britse voornaamheid van Elgar en Britten langskomen in nu eens flitsend virtuoze en dan weer tere romantische stukken voorbijkomen.

Hij kan bouwen op de knappe pianistische ondersteuning van ex Catweazle Liszt concours winnaar Enrico Pace en de zorgvuldige Decca opnametechnici die zijn Abergavenny Strad uit 1724 in volle glans laten schijnen. Het resultaat is een bijna tachtig minuten durend vioolfeest.