DIDONATO, JOYCE: DRAMA QUEENS
CD Verzamelprogrammas

Joyce DiDonato: Drama queens. Orlandini: ‘Da torba procella’ uit Berenice; Porta: ‘Madre diletta, abbraciami’ uit Ifigenia in Aulide; Händel: ‘Ma quando tornerai’ uit Alcina HWV. 34; ‘Piangerò la sorte mia’ ui Giulio Cesare HWV. 17; ‘Brilla nell’anima un non inteso ancor’ uit Alessandro HWV 21; Keiser: ‘Lasciami piangere’ uit Fredegunda; ‘Geloso sospetto’ uit Octavia; Hasse: ‘Morte col fiero aspetto’ uit Antonio e Cleopatra; Cesti: ‘Intorno all’idol mio’ uit Orontea; Monteverdi: ‘Disprezzata regina’ uit L’incoronazione di Poppea; Giacomelli: ‘Sposa non mi conosci’ uit Merope; Orlandini: ‘Col versar, barbaro, il sangue’ uit Berenice; Haydn: ‘Odio, furor, dispetto’ uit Armida H. XXVIII/12; Vinci: ‘Tradita, sprezzata’ uit Semiramide. Met Il complesso barocco o.l.v. Alan Curtis. Erato 602.654-2 (77’18”). 2011

 

In dit repertoire demonstreert DiDonato haar vrijwel volmaakte ademtechniek, haar brede spectrum aan vocale kleuren en haar beheersing van coloraturen. Bijzonder is verder dat ze bewust bekend en onbekend materiaal van Geminino, Giacomelli, Orlandini en Porta koos, componisten die alleen binnen de kring van barokspecialisten en met een klassiek extra van Haydn enige bekendheid genieten.

De uitgebeelde monarchen waren allen met macht beklede vrouwen die vaak in extreme omstandigheden zijn geportretteerd. Hun emoties zij blijken van verdriet, woede, jaloezie, hartstocht, wraakzucht, hartstocht en zelfbeklag.

“Als vertolker daarvan heb je geen psychotherapie meer nodig want al zingend kun je al die emoties kwijt”, zegt de zangeres met een knipoog. 

Als een van de beste mezzo’s van  nu heeft DiDonato alles in huis om van dit programma een succes te maken. Dat blijkt uit de woede die ze toont als de voor haar man Nero verlaten Ottavio, de klagende toon in de Monteverdi aria, de ontroering van Clytemnestra’s dochter als ze in Porta’s vergeten Ifigenia opera afscheid neemt van haar moeder (een der mooiste gedeelten), de manier waarop ze als Cleoptra in Händels Giulio Cesare beseft dat haar geluk op is, in Orlandini’s Berenice haar lot vergelijkt met een boot op een stormachtige zee en ook de Perzische prinses Rossane uit Händels Alessandro innerlijk leven meegeeft.

Steeds klinken de aria’s communicatief, soms flamboyant, soms ook ontredderd, mede met behulp van fraaie coloraturen. Waar nodig durft de zangeres ook even schoonzang te vergeten.