DARIESCU, ALEXANDRA: TRILOGIE PRÉLUDES I EN II, EEN
CD Verzamelprogrammas

Alexandra Dariescu: Een trilogie Préludes I. Chopin: Préludes op. 28 nr. 1-24; Prélude nr. 25 in cis. Op.45; Prélude nr. 26 in As op. posth.; Dutilleux. Préludes nr. 1-3. Champs Hill CHRCD 061 (56’28’). 2012 

 

Alexandra Dariescu: Een trilogie Préludes II. Shostakovitch: Préludes op. 24 nr. 1-24; Préludes op. 2 nr. 1-5; Szymanowski: Préludes op. 1 nr. 1-9. Champs Hill CHRCD 109 (58’22’). 2014

 

De gedachte van de Roemeense, in Engeland levende pianiste Alexandra Dariescu om zich op drie cd’s toe te leggen op het genre Prélude is aantrekkelijk, net als het resultaat van de twee eerste opnamen. Spannend is wat ze op haar derde opname serveert.

Maar wie zich wat dieper in deze materie verdiept, ziet al gauw dat er veel meer is dan drie opnamen kunnen bieden, onder meer:

Alkan: Préludes op. 31 nr. 1-25

Antheil: Préludes La femme 100 têtes nr 1-45

Busoni: Préludes op. 37, K. 181 nr. 1-24

Cui: Préludes op. 64 nr. 1-80

Debussy: Préludes I en II nr. 1-24

Delius: Préludes nr. 1-3

Gershwin: Préludes nr 1-3

Ginastera: Préludios americanos op. 12 nr. 1-12

Heller: Préludes op. 81 nr. 1-24, op. 118 nr. 1-32, op. 150 nr. 1-20

Kabalevsky: Preludes op. 38 nr. 1-24

Martinů: Préludes H. 181 nr. 1-8

Rachmaninov: Préludes op. 23 nr. 1-10, op. 32 nr. 1-13

Scelsi: Preludi nr. 1-12

Scriabin: Préludes op. 11 nr. 1-24, op. 74 nr. 1-5 en losse préludes uit op. 9, 15, 16.

Zwaag: Préludes nr.1-24

De eerste schijf van Dariescu is interessant door de toevoeging van het drietal werken van Dutilleux. Deze vormen geen groep, maar zijn afzonderlijke werken die tussen 1973 en 1994 werden geschreven. Elk is opgedragen aan een pianist: D’ombre et de silence aan Artur Rubinstein, Sur un même accord aan Claude Helffer en Le jeu des contraries aan Eugene Istomin. Niet dat deze wetenschap de vertolker erg helpt, maar Dariescu treft de muziek heel goed naar letter en geest. Vergelijk haar maar met de opnames van Geneviève Joy (Erato 4509-91721-2) en Robert Levin (ECM 476.3653). 

De hoofdschotel bestaat hier echter uit de echt volledige Préludes van Chopin en daarvan laat ze iedere noot fris en levendig klinken alsof deze op het moment van uitvoering ontstaat. Haar rijk genuanceerde toucher raakt mooi de stemming van elk deeltje. Dat komt dicht in de buurt van Argerich (DG 415.836-2) en een groter compliment is nauwelijks denkbaar.

Over de Préludes van Shostakovitch zegt de pianiste zelf: “Ze zijn een spiegel van sarcasme, ze zijn bedrieglijk, vol ironie en in menig opzicht als circusmuziek.”. Ze onderstreept haast meer nog dan Olli Mustonen (Decca 475.212-2) en Tatiana Nikolayeva (Hyperion CDA 66620) de aforistische en geestige kant van deze werken.

Een stuk diepgravender zijn de Préludes van Szymanowski die werden geïnspireerd door zijn reizen door de landen rond de Middellandse Zee  waarin de nabijheid van Chopin wordt aangetoond (net als door Martin Roscoe, Naxos 8.553867 en Rafal Blechaz, DG 477.9548). Ook Dariescu breekt een lans voor Szymanowski’s jeugdwerk en zorgt zo voor een stel fijne debuutplaten. Wat brengt de derde aflevering?