BAERTS, KATRIEN: BERG, FRÜHE LIEDER; ZEMLINSKY, MAETERLINCK LIEDEREN
CD Verzamelprogrammas

Katrien Baerts: Busoni/Schönberg: Berceuse élégiaque op. 42; Berg/De Leeuw: Frühe Lieder nr. 1-7; Zemlinsky/Stein/De Leeuw: Gesänge nach Maeterlinck op. 13 nr. 1-6; Webern/De Leeuw: Passacaglia. Met Het Collectief o.l.v. Reinbert de Leeuw. Zig-Zag Territoires ZZT 345 (50’49”). 2014

 

Mogelijk is het een combinatie van factoren die tot dit bijzondere project leidde: een hernieuwde belangstelling voor de Tweede Weense School, het effect van de bezuinigingen op kunstgebied en de wens van de betrokkenen om zich duidelijk te profileren.

(Het) Collectief is een indien noodzakelijk aan te vullen Belgisch kwintet bestaande uit Thomas Dieltjes (p), Wibert Aerts (v), Julien Hervé (kl), Toon Fret (fl) en Martijn Vink (vc). De pianist benaderde Reinbert de Leeuw die hier in navolging van Schönbergs Verein für musikalische Privataufführungen van 1918 tot 1921 in kleine bezetting meest werken van tijdgenoten uitvoert. De gebruikte herinstrumentatie is van Schönberg en/of Erwin Stein. De Leeuw deed met veel smaak en inzicht iets dergelijks voor Berg, Zemlinsky en Webern.

Busoni’s nogal geheimzinnige, verdroomde Berceuse élégiaque vergt feitelijk een grotere bezetting van strijkkwintet, harmonium, piano, fluit en klarinet. 

Hoogtepunt van het programma vormen de 6 Maeterlinckliederen van Zemlinsky. Meestal horen we die óf met orkest, óf met pianobegeleiding, maar deze tussenvorm bevalt ideaal omdat er zoveel winst aan intieme kleur, sfeer (geheimzinnig) en concentratie is.

Meestal valt Zemlinsky – om hem er als voorbeeld even uit te tillen – toe aan mezzo’s en alten als Jard van Nes (Decca 430.165-2), Anke Vondung (AVI 8553313), Janini Baechle (Marsyas MAR 1803-2), Randi Steene (Simax PSC 1249), Glenys Linos (Schwann CD 11602),  Anne Sofie von Otter (DG 439.928-2), Hedwig Fasbender (Supraphon  SU 111.811-2), Dagmar Pecková (Supraphon SU 3417-2231), Violeta Urmana (EMI 557.024-2), Petra Lang (LPO 0078) en Hermine Haselböck (Bridge BRIDGE 9244), een enkele keer zelfs aan een trio: Cornelia Kallisch, Edith Wiens en Andreas Schmidt (Aria 592011). Ik ken maar 1 andere opname met sopraan: Eva Marton (Hungaroton HCD 31932). Die onderstreept nu vooral de voorkeur voor de Belgische, in Amsterdam residerende Baerts met haar volmaakte stijlgevoel, lichte heldere lyrische stem en veel allure boven de fijnzinnige intieme begeleidingen.

Eigenlijk was er nog best plaats voor meer liederen van Berg geweest (De Altenberg LIeder, Der Wein of de 4 liederen op. 2).