BEZALY, SHARON: WERKEN VAN BACRI, BERNSTEIN, DEAN, ROUSE
CD Verzamelprogrammas

Sharon Bezaly: Bacri: Fluitconcert; Bernstein: Halil; Dean: The Siduri dances; Rouse: Fluitconcert. Met resp. Tapiola sinfonietta o.l.v. Jean-Jacques Kantorow, Săo Paolo symfonie orkest o.l.v. John Nescling, Zweeds kamerorkest o.l.v. Brett Dean en Stockholm filharmonisch orkest o.lv. Alan Gilbert. BIS CD 1799 (71’54”). 2007

 

Op Bernsteins markante, ter herinnering aan een Israëlische fluitist en soldaat  gecomponeerde Halil uit 1981 na stammen al deze werken voor fluit en orkest van eerdere BIS opnamen die geheel aan de drie overige componisten waren gewijd.

Met een fijne speurneus weet Shsron Bezaly steeds onbekende fluitwerken waarin een belangrijke rol voor haar is weggelegd te ontdekken. Of ze laat deze voor haar schrijven.

Zo brengt ze hier verder fluitconcerten van de Fransman Nicolas Bacri (1961) uit 1999 en de Amerikaan Christopher Rouse uit 2007 en de Siduri Dances van de Australiër Brett Dean (1961) uit 2007 bijeen.Het werk van Bacri telt drie korte delen; in het eerste komt een cadens voor met het opschrift sognando (dromen) en het middendeel zou vleselijk genot moeten voorstellen via de benaming ‘estatico’. Het gaat om een werk met persoonlijke trekken die aan de afstandelijke kant blijven, maar die aan betekenis toenemen naarmate men het werk vaker hoort.

Brett Deans Siduri is een godin uit het Gilgamesh epos dat Martinu zo mooi toonzette (Belohlávek, Supraphon SU 3918-2). Aanvankelijk gold dit een voor Bezaly geschreven solo uit 2004 onder de titel Demonen, later voegde hij er partijen voor strijkers aan toe om voor meer beweging te zorgen in de nu eens drukke, dan weer rustige opzet. Ondanks wat bijzondere effecten is het geen direct aansprekende muziek, waar de hun best doende fluitiste en dirigent niets aan kunnen doen.

Of de moord op de tweejarige Engelse kleuter James Bulger in 1993 een goede inspiratiebron was voor Rouse, kan worden betwijfeld. Zijn vijfdelige geëmtioneerde werk is wat veel van het goede, al bezit het best mooie momenten, zoals de klaagzang van het langzame deel.

Ongeacht wat kritiek op de composities zijn de briljante vertolkingen van Bezaly en de haar attent begeleidende orkesten uitmuntend.