BALTIC VOICES 3

Baltic voices 3. Augustinas: The stomping bride; Gudmundsen-Holmgreen: Statements; Saariaho: Nuits, adieux; Mažulis: The dazzled eye lost its speech; Bergman: Vier Galgenlieder op. 51b; Martinaitis: Alleluia; Tüür: Meditatio; Górecki: 5 Kurpian songs op. 75. Estlands filharmonisch kamerkoor met het Rascher saxofoon kwartet o.l.v. Paul Hillier. Harmonia Mundi HMU 90.7391 (cd) en 807391 (sacd) (78’27”).

 

Iedere buitenlandse bezoeker aan Talinn wordt vroeger of later trots meegenomen naar het Tammsaare park waar in 1918 de eerste zelfstandige republiek Estland werd uitgeroepen en waar in juni 1988 de nieuwe autonomie, bevrijd van de Sovjet overheersing, werd gevierd. Symbool daarvan is onder meer het beroemde, normaal vijfjaarlijkse openlucht koorfestival in de daarvoor gebouwde betonnen schelp. Duizenden zangers doen daaraan mee en de koortraditie is in Estland evenzo geworteld als in bijvoorbeeld Wales.

Dat daar niet alleen in de openlucht, maar ook in de beslotenheid van kerken en concertzalen prachtig wordt gezongen, bewijzen opnamen van het Estlands filharmonisch kamerkoor, het Estlands nationaal mannenkoor, operakoor, omroepkoor en oratoriumkoor. Naast Rachmaninovs Vespers  (Harmonia Mundi HMU 90.7384) en een verzamel cd The powers of heaven (Harmonia Mundi HMU 907318) zorgde het 26 leden tellende filharmonisch kamerkoor voor een paar andere verzamelschijven onder de titel Baltic voices waarvan dit de derde en laatste is. Het gaat hier om een vocale tour d’horizon waarin Finland, Estland, Litouwen, Polen en Denemarken worden aangedaan met koorwerken uit het tijdvak 1960 tot 2003.

Stilistische afwisseling is er genoeg in het programma. Dat gaat van een terugblik richting Gregoriaans bij Augustinas (nomen est haast omen) via minimalistische blijken bij Gudmundsen-Holmgreen tot het modernisme van Saariaho, een ‘spiraalcanon’ van Mažulis en nieuwe spiritualiteit van Martinatis. Bergman hanteert bovendien nog iets van Sprechgesang, Tüür komt heel imposant met zijn rituele kant naar voren en Gorecki grijpt hoorbaar terug op volksmuziek.

Om het even de stijl en het karakter van de vaak binnen tien minuten afgeronde stukken (Tüür heeft voor zijn geweldige Meditatio uit 2003 een kleine 18 minuten nodig en Górecki is met 23’25” voor zijn Kurpische liederen qua uitvoeringsduur de uitschieter), ze zijn alle heel fascinerend en de verklankingen zijn een wonder aan intonatie, homogeniteit, wendbaarheid, klankschoonheid. Dit derde programma doet sterk verlangen naar beide voorafgaande op Harmonia Mundi HMU 90.7311 en 90.7331. Een duidelijker aanbeveling lijkt overbodig.