BURGGRAAF, CORA: FOLK STORIES
CD Verzamelprogrammas

Cora Burggraaf: Folk stories. Anoniem: ‘A sprig of thyme’; Brahms: ‘Marienwürmchen’ uit Volks-Kinderlieder WoO 31/13; ‘Da untem im Tale’ WoO. 33/6; Beethoven: ‘Sad and luckless was the season’ WoO 153/6; ‘The return to Ulster’ WoO 152/1; ‘Thou emblem of faith’ ; ‘Come draw we round a cheerful ring’ uit de Ierse liederen WoO 152/3; Mahler: ‘Wer hat dies Liedlein erdacht?’; ‘Lob des hohen Verstandes’ uit Des Knaben Wunderhorn; Britten: ‘The plough boy’; ‘O Waly, Waly’; ‘The bonny earl o’Moray’ uit Folksong arrangements from The British isles; ‘Il est quelqu’un sur terre’; ‘Quand j’étais chez mon père’ uit Folksong arrangements from France; Respighi: ‘No, non è morto il figlio tuo’; ’La mamma è come il pane caldo’; ‘Io sono la madre’ uit Liriche du parole di poeti Armeni; Bartók: ‘Oud klaaglied’; ‘Vrouwen, vrouwen, laat me een van gezelschap zijn’; ‘Mijn God, Mijn God’; ‘Als ik de rotsachtige bergen beklim’ uit Hongaarse volksliederen BB. 47; Sibelius: ‘De eerste kus’ op. 37/1; ‘Zucht, zucht, geruis’ op. 36/4; ‘Het meisje kwam van haar geliefde thuis’ op. 37/5; Vogel: ‘Ketelbinkie’. Cora Burggraaf (ms), Simon Lepper (p), Liza Ferschtman (v), Floris Mijnders (vc). Challenge CC 72346 (62’50”). 2011  

Het idee achter dit programma is ontzettend leuk, vooral ook door het internationale karakter en de toevoeging van de Rotterdamse smartlap Ketelbinkie uit 1940 over een straatjochie dat op zee omkomt. Afwisseling genoeg met een behoorlijk internationaal karakter. Cora Burggraaf ‘spreekt’ eerst A sprig of thyme om de luisteraar in de juiste stemming te brengen en werkt daarna met haar pianobegeleider Simon Lepper het hele programma af. In de liederen van Beethoven voegen Liza Ferschtman en Floris Mijnders zich aan haar zijde.

Het reservoir aan materiaal is natuurlijk enorm groot en het is begrijpelijk dat Cora Burggraaf zich niet primair werpt op bijvoorbeeld op ander typisch mezzomateriaal, zoals het Zweedse dat al aardig is afgegraasd door Anne Sofie von Otter, het verdere Franse (Ravel met Kožená)  of het Spaanse met Teresa Berganza als voorbeeld. De aangenaamste verrassing vormt het weinig bekende moois van Respighi.

Een zekere Nederlandse nuchterheid bepaalt mede de verder zeer verzorgde voordracht van de zangeres die soms iets meer nuancen had mogen aanbrengen, ook in haar tempokeus die vaak hetzij aan de langzame, hetzij juist aan de snelle kant is. Aan haar royale vibrato moet men wennen. Wat dat betreft is het jammer dat de opnamemensen haar zo pal op de microfoon plaatsten zodat ook elk gebrek aan ademsteun wordt uitvergroot.