COLLECTIEF, DE LEEUW, BAERTS: BERG, FRÜHE LIEDER; ZEMLINKSY, MAETERLINCK LIEDEREN E.A.
CD Verzamelprogrammas

Collectief o.l.v. Reinbert de Leeuw. Busoni: Berceuse élégiaque op. 42 K252a; Berg: Frühe Lieder nr. 1-7; Zemlinsky: Gesänge nach Maeterlinck op. 13 nr. 1-6; Webern: Passacaglia op. 1. Katrien Baerts met Collectief o.l.v. Reinbert de Leeuw. Zig-Zag Territoirs ZZT 345 (50’49”). 2014

 

Dat Reinbert de Leeuw goed kan arrangeren en miniaturiseren, bewees hij al eerder. Zijn vooreerst laatste opgave vervulde hij voor het Ensemble Collectief uit Antwerpen, bestaande uit viool, klarinet, piano, fluit en cello voor de hier opgenomen stukken. De reductie van Busoni’s na de dood van zijn moeder geschreven Berceuse élégiaique komt zo in een transparanter daglicht te staan dan in de orkestversie, die o.m. Järvi (Chandos CHAN 9920) en Wang (Naxos 8.555373) vastlegden. Ter verhoging van de somberheid kiest De Leeuw vrij langzame tempi die eerder treurig gezucht dan het schommelen van een wieg uitdrukken. Een gemis is hier wel dat aan het slot de volle, warme strijkersakkoorden en de gong worden gemist.

Bij Bergs Frühe Lieder ontstond een boeiende tussenvorm van de versie met pianobegeleiding (von Otter en Forsberg, DG 437.515) en die als orkestlied (ook von Otter, maar nu met Abbado (DG 445.846-2). Sopraan Katrien Baerts toont een heel pure, afgewogen kijk op deze materie te hebben zoals het een goede liedvertolkster betaamt.

Van Zemlinsky’s 6 Maeterlinck liederen bestaat een prachtopname van Jard van Nes in de lagere ligging met Chailly (Decca 444.871-2), maar ook met een sterk gereduceerde instrumentale bezetting waarin de afzonderlijke stemmen zo goed tot gelding komen, maakt deze minicyclus veel indruk omdat de zangeres ook hier de soms intense emoties weliswaar volledig, maar zonder enige overdrijving of sentimentaliteit weet over te dragen.

Weberns pre-seriële Passacaglia tenslotte is in de tot een minimum klanklichaam herleide vorm een interessant tegenwicht tegenover de strakke interpretatie van Boulez (DG 477.099-2) of de pluchen dito van Karajan (DG 457.760-2), beiden met de Berlijners.

Alle terzijdes daargelaten: bij de nieuwe cd gaat het om een boeiend, zeer geslaagd experiment.