SILVERSTEIN, ELICIA: DREAMS AND FABLES I FASHION, THE
CD Verzamelprogrammas

Elicia Silverstein: The dreams and fables I fashion. Biber: Rosenkranz sonate nr. 10; Passacaglia in g; Sciarrino: Capriccio nr. 2; Pandolfi Mealli: Vioolsonate op. 3/2 ‘La cesta’; Berio: Sequenza nr. 8; Bach, J.S.: ‘Chaconne’ uit Partita voor soloviool nr.2 in d BWV. 1004. Met Mauro Valli (vc) en Michele Pasotti (theorbe). Rubicon RCD 1031 (56’27”). 2018

 

De titel van de cd is gebaseerd op een sonnet van Metastasio in de vertaling van Burney, dat begint met: 

‘The dreams and fables which I often feign,

Fool that I am! a real grief impart:

And evils, I myself have forg’d, give pain

Which generates tears and penetrates my heart’.  De in 1990 in New York geboren barokvioliste Elicia Silverstein (zie haar website voor nadere biografische gegevens) die ter afronding van haar opleiding bij de afdeling ‘oude muziek’ studeerde om zich nader te specialiseren, debuteert met een recital waarin ze paralellen tracht te trekken tussen meest werken voor soloviool uit de zeventiende en begin achttiende eeuw en avant-garde composities uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Dat leidt tot interessante confrontaties tussen een eigenlijk heel modern aandoende Rozenkrans sonate en de straffe Passacaglia uit 1676 van Biber en het Capriccio nr 2 van Sciarrino uit exact driehonderd jaar later en vervolgens tussen die van een vioolsonate met de bijnaam ‘de mand’ van de onbekende Giovanni Antonio Pandolfi Mealli (1624-1670) met de Sequenza nr. 8 van Luciano Berio, ook weer uit 1976. Geweldig hoe ze dat bij elkaar heeft gevonden! Als een soort vertrouwde, rustgevende vredestichter fungeert tot besluit de bekende Chaconne van Bach.

Hoe grondig Silverstein te werk gaat, blijkt uit haar afwisselend gebruik van drie strijkstokken voor haar Vuillaume viool naar Guarneri uit 1865 steeds in de stemming A = 440. In de Rosenkranz-sonate staan twee basso continuo instrumentalisten haar terzijde en in de Sonate van Pandolfi Mealli cellist Valli. Voor de rest is ze op zichzelf aangewezen en laat ze heel karakteristiek wondermooi spel horen.

De opname werd gemaakt in schuilkerk ‘De hoop’ in Diemen.