Componisten portretten

DIAMOND

 

DIAMOND, DAVID (1915 – 2005): VERRASSENDE AMERIKAAN

 

 

 

De in Rochester geboren Amerikaanse componist van Oostenrijkse afkomst ontving zijn opleiding bij onder meer Bernard Rogers, Roger Sessions en – in Frankrijk – bij Nadia Boulanger. Bij het uitbreken van W.O. II keerde hij naar de V.S. terug. Hij onderging de invloeden van Barók, Stravinsky en Copland, maar verwerkte deze tot een heel persoonlijk idioom. Vooral zijn symfonieën trokken de aandacht, maar daarnaast componeerde hij ballet- en filmmuziek, kamermuziek, koorwerken en pianoliteratuur.

 

Net als zijn landgenoten Barber, Piston en Harris werd Diamond in de jaren vijftig vorige eeuw weggedrukt door serialisten, post-serialisten en minimalisten; Boulez en zijn volgelingen deden de muziek van Diamond af als onbetekenend. Intussen is hij gelukkig herontdekt en blijkt wat een waardevolle bijdragen aan het muziekleven hij leverde.

 

Dat begon met zijn eerste symfonie (1940/1) die meteen met succes door Mitropoulos ten doop werd gehouden. Grootschalig is de tweede symfonie (1942/3) hij vergt drie kwartier, heeft veel vaart en wekt een gevoel van onvermijdelijkheid. Invloeden van Harris, Sjostakovitsj en de Copland van Appalacian spring zijn te herkennen. Bij wijze van groot contrast is de met een pittige dubbelfuga eindigende achtste symfonie (1960) serieel van opzet.

 

De orkestfantasie The enormous room (1948) ontleent zijn inspiratie aan een gedicht van e.e. cummings over een gevangenschap in het Franse concentratiekamp La Ferté Macé in 1918. Tom (1936) is een heel vroeg twaalfdelig werk, in feite een suite uit een nooit opgevoerd ballet.

 

De Rounds for string orchestra (1944) maken aanspraak op de eretitel meesterwerk; het gaat om een muzikale beschrijving van de uitgestrekte Amerikaanse vlakten, maar suggereert ook menselijke aanwezigheid en aan het eind breekt dan ook dansactiviteit los. Het Concertstuk voor orkest heeft ook een ritmische dansinslag, de Elegie voor Ravel is passend somber en het Concertstuk voor fluit, harp en nu juist heel Raveliaans.

 

Het tweede vioolconcert (1947) heeft een lyrische inslag maar vertoont ook trekken van Stravinsky en Walton. This sacred ground (1962) is een kort werk voor solisten, koor en orkest op tekst van het Gettysburg Adress.

 

 

 

Selectieve discografie

 

Symfonie nr. 1; Vioolconcert nr. 2; The enormous room. Ilkka Talvi met het Seattle symfonie orkest o.l.v. Gerard Schwarz. Naxos 8.559157.

 

Symfonieën nr. 2 en 8. Seattle symfonie orkest o.l.v. Gerard Schwarz. Naxos 8.559154.

 

Symfonie nr. 8; Balletsuite Tom; This sacred ground. Koren met het Seattle symfonie orkest o.l.v. Gerard Schwarz. Naxos 8.559156.

 

Concertstuk voor fluit en harp;  Concertstuk voor orkest; Elegie ter herinnering aan Ravel; Rounds for string orchestra;Adagio uit Symfonie nr. 11. Glorian duo met het Seattle symfonie orkest o.l.v. Gerard Schwarz. Delos DE 3189.