IRELAND
 

IRELAND, JOHN (1879 – 1962): QUASI IMPRESSIONISTISCH LYRICUS

 

 

 

Na zijn studie aan het Londense Royal college ontpopte Ireland zich eerst als pianist, maar hij studeerde ook compositie bij Stanford van 1897-1901. Gewapend met een op Brahms gefundeerde stijl veranderde hij zijn visie geleidelijk onder invloed van Debussy, Ravel en Stravinsky.

 

Als resultaat ontstond eerst een reeks lyrische pianowerken, gevolgd door kamermuziek, waaronder twee vioolsonates (1909, 1917) en twee pianotrio’s (1906 en 1917). Intussen was hij werkzaam als organist aan de St. Luke’s in Chelsea (1904-1926) en ging ook aan het Royal College lesgeven (1923-1939).

 

Na de Eerste Wereldoorlog schreef hij orkestwerken als de symfonische rapsodie May Dun (1921) gebaseerd op het Engelse landschap en verder het pianoconcert (1930) en de Legende voor piano en orkest (1933).

 

 

 

Selectieve discografie

 

A Downland suite; Orchestral poem; Concertino pastorale; 2 Symphonic studies. City of London sinfonia o.l.v. Richard Hickox. Chandos CHAN 9376.

 

Pianoconcert; Legende voor piano en orkest; Mai Dun. Eric Perkin met het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Bryden Thomas. Chandos CHAN 8461.

 

Vioolsonates nr. 1 en 2; Bagatelle; Berceuse; Cavantina; The holy boy. Paul Barritt en Catherine Edwards. Hyperion CDA 66853.

 

Pianowerken. John Lenehan. Naxos 8.553889.

 

Liederen. Lisa Milne, John Mark Ainsley, Christopher Maltman en Graham Johnson. Hyperion CDA 67261/2 (2 cd’s).