LARSSON
 

LARSSON, LARS-ERIK (1908 – 1986): FLIRT MET HET SERIALISME

 

 

 

De Zweedse componist Larsson was leerling van Alban Berg en het is dus geen wonder dat hij in zijn werk flirtte met het serialisme. Duidelijk blijkt dat uit zijn muziek uit de jaren zestig, zoals de Variaties voor orkest. In zijn symfonieën tapte Larsson echter uit een ander vaatje. De eerste uit 1928 heeft een en ander te danken aan Sibelius en de Russische post-nationalisten, de tweede symfonie (1937) is een rijper, persoonlijker, milder werk zonder teveel pretenties.

 

Het divertimento voor blaaskwintet met de titel Quattro tempi (1968) is typische openlucht muziek. In zijn vlotte pianomuziek toonde Larsson vaak gevoel voor humor.

 

Förklädd Gud  (‘God in vermomming’, 1940) ontstond uit een samenwerking met de dichter Hjalmar Gullberg in een tijd toen vooruitstrevende radio omroepen wat zagen in radiofonische opera’s, of in dit geval in door muziek begeleide gedichten. Het is een bekoorlijk, lyrisch werk voor spreker, twee zangstemmen en orkest. Enige verwantschap met Nielsen is in dit idioom niet te ontkennen.

 

Larsson schreef verder toneelmuziek, bijvoorbeeld bij Shakespeare’s Winter’s tale, filmmuziek, een saxofoonconcert (1934) en een celloconcert (1948).

 

 

 

Selectieve discografie

 

Symfonieën nr. 1 en 2. Helsingborg symfonie orkest o.l.v. Hans-Peter Frank. BIS CD 426.

 

Symfonie nr. 3; Förklädd Gud. Lena Nordin, Håkon Hagegård, Per Jonsson, het Helsingborg concertkoor en –symfonie orkest o.l.v. Sten Frykberg. BIS CD 96.

 

Quattro tempi. Michael Thompson blaaskwintet. Naxos 8.553851.

 

Pianowerken. Hans Pålsson. BIS CD 758.