STROZZI
componisten portretten

STROZZI, BARBARA (1619 – ca. 1677): VEELZIJDIG VROUWELIJK TALENT

 

In het zeventiende eeuwse Italië werd de cantate – oorspronkelijk simpelweg zoals het woord aangeeft: een stuk dat werd gezongen in plaats van gespeeld (sonate) – ontwikkeld tot een kort dramatisch stuk, als regel voor één stem met als bestanddelen recitatief, aria, arioso (een lyrisch recitatief), in onderling contrasterende gedeelten. Dergelijke cantates werden meestal in kleine kring uitgevoerd door bekende geschoolde zangers voor een auditorium van klassiek opgevoede luisteraars.

Barbara Strozzi (1619-ca. 1677) was een van de vruchtbaarste componisten van dergelijke cantates. Ze schreef ook madrigalen en aria’s en publiceerde tenslotte zeven banden met wereldlijke stukken en eentje met geestelijke.

Strozzi, een virtuoze zangeres en luitspeelster met daarnaast een reputatie als schoonheid, werd geboren als onwettig kind van Isabella Garzone, een dienstbode in het huishouden van de Venetiaanse dichter en librettoschrijver Giulio Strozzi, die mogelijk haar vader was. In elk geval adopteerde hij haar en bestemde hij haar voor een muzikale loopbaan. Ze kreeg compositieles van Francesco Cavalli, de componist van La calisto (1651) en de Musiche sacre (1656) wat bepaald ongewoon moet zijn geweest voor een vrouw aan het begin van de 17e eeuw.

Deze Giulio Strozzi – niet te verwarren met de componist Pietro Strozzi uit het Florentijnse  patriciër geslacht die belangrijke bijdragen leverde aan de Stile rappresentativo – fungeerde ook als librettoschrijver voor Monteverdi en Cavalli.

De culturele en politieke elite van Venetië waarvan Giulio deel uitmaakte, belegde regelmatig bijeenkomsten, academies, in privé salons om intellectuele debatten te houden. Toen Barbara ongeveer achttien was, stichtte Giulio de Accademia degli Incogniti als podium voor haar talenten. Barbara was de muze en het hoofd van die ceremonies  tijdens deze mannenbijeenkomsten wanneer deze in de Strozzi residentie plaatsvonden. Zij koos de onderwerpen voor debat, kende prijzen toe en zong voor het gezelschap bewonderende mannen.

Ondanks de hoge status en de behoorlijke verdiensten van zangeressen uit die tijd, heerste een traditie die een verband legde tussen het vrouwelijke musiceren en courtisanes, met name in Venetië. Gemene achterklap over Barbara’s deugdzaamheid deed de ronde. Hoewel ze een protégé van Giulio was, moet Barbara zich bewust zijn geweest dat de kokette en sensuele liefdesliederen die ze schreef dubbel verleidelijk waren wanneer ze werden voorgedragen door een aantrekkelijk ogende jonge vrouw. Maar wat er ook achter de gesloten deuren van de Accademia gebeurde, alleen de debatten zijn gedocumenteerd.

In 1652 stierf Giulio en hoewel Barbara zijn enige erfgename was, viel er weinig te erven en moest ze uit eigen beurs bijdragen aan zijn begrafenis. Ongetrouwd en met vier onwettige kinderen tot last is nooit helemaal duidelijk geworden of ze zich met de opbrengsten van haar muziek staande wist te houden. Ondanks nederige opdrachten van haar werk aan rijke aristocraten nam niemand haar in bescherming; ook nam ze geen deel aan de bloeiende Venetiaanse operawereld, hoewel ze vrijwel alle belangrijke mensen daar contact had. Zover bekend gaf Strozzi alleen privé optredens, maar alleen al het feit dat ze zoveel eigen werk kon publiceren, legt getuigenis af van haar aanzienlijke reputatie.

Barbara Strozzi opereerde binnen de stile nuovo van de barokke eenstemmigheid die een reactie vormde op de vervette polyfonie uit de Renaissance en die de solostem tot muzikaal ideaal promoveerde. Niettemin schreef ze ook twee-, drie- en vierstemmige liederen. Menig Venetiaans dichter schreef teksten voor haar – gewoonlijk over de kwellingen van onbeantwoorde liefde – die ze toonzette in een vrije, lyrische stijl waarin ze een grote gevoeligheid aan de dag legde voor tekstnuancen en emotionele inhoud.

Hoewel ze nooit een opera schreef, herinnert haar stijl vaak aan die van Cavalli, met name in haar langere stukken. Het verschil schuilt in een grotere expressiviteit en een vrijelijker hantering van vormprincipes. De langere cantates bestaan vaak uit verschillende, heel gevarieerde gedeelten.

De cantate Lagrimie mie begint met een kreet van verdriet en lijkt vervolgens tranen en lied te verenigen in een welsprekende chromatische ontboezeming waarin incidentele melismata (zwierig gezongen noten op een enkele klinker) de betekenis van de belangrijkste woorden uit de tekst onderstrepen. Lang niet alle liederen hebben een melancholiek karakter, het geestige La sol fi mi bijvoorbeeld is heel dartel en legt een duidelijk verband tussen zingen en prostitutie.

Strozzi’s verzameling religieuze stukken – goeddeels motetten voor de maagd Maria – werd in 1655 gepubliceerd als de Sacri musicali affetti en opgedragen aan Anna van Oostenrijk, de aartshertogin van Innsbruck. De benadering van de teksten is hier ingetogener en formeler dan in haar seculiere werken, maar in principe toch hetzelfde. De teksten worden op heel persoonlijke wijze behandeld en krijgen soms een haast extatisch karakter. Hoogtepunten in deze categorie zijn Erat Petrus waarin de componiste twee aparte stemmen inzet om het bijbelverhaal van Petrus’ ontlag uit de gevangenis te illustreren en het lyrische motet Mater Anna, een lofzang op de moeder van Maria dat een verdroomd, meditatief karakter heeft. Haar biografie heeft geleid tot het nodige romantiseren van haar leven, net trouwens als bij haar tijdgenoot, de schilder Artemisia Gentilleschi, aan wie niet alleen een boek, maar ook een film is gewijd.

Hieronder een paar cd’s die een ideale nadere kennismaking mogelijk maken.

 

Summiere discografie

Ondanks een groeiend aantal aan Strozzi gewijde cd’s zijn er niet zoveel zangeressen die op overtuigende wijze de mengeling van formaliteit en quasi improviserend flair weten te realiseren. Tot de gunstige uitzonderingen behoort sopraan Catherine Bott. Samen met haar begeleiders schept ze een sfeer die veel weg heeft van de eertijdse huiselijke intimiteit. Met gemak verplaatst ze zich van het sardonische woordenspel uit La sol fi mi re do naar het kokette Amor domiglione en de hartroerende klacht van Lagrimie mie en het treffende L’amante segreto.

To the unknown goddess. Catherine Bott met begeleiding. Carlton 30366-00412.

 

De veelzijdige sopraan Susanne Rydén toont het grote expressieve bereik van Strozzi’s vocale muziek. In de bewuste cantates wisselen vrije recitatieven en ariosi elkaar af en zorgen zo voor een mooie contrastwerking, terwijl de klachten een onmiddellijk herkenbare chromatische stijl verraden. In de heel treffende lamento’s van Hereclitus en L’amante segreto worden chaconne-achtige technieken toegepast. Het Lamento (voor Lydia die door haar vader gevangen wordt gehouden) is extreem chromatisch. De Serenade met twee violen is een zwieriger klacht over onbeantwoorde liefde (Apollo rust op Thetis’ boezem).

Levendiger items in populaire stijl gebruiken operateksten van Giulio Strozzi die Barbara aanpaste voor eigen gebruik. Het luchthartiger commentaar op ontrouw in de liefde uit Costume de’ grandi is typerend en het pastorale beeld van de slapende Cupido (Amor dormiglione) bezit veel charme. Begl’occhi is een erotische lofprijzing van een onbekende minnaar en de cantate Sino alla morte bevat een cello als echostem. Het brutale La vendetta met zijn levendige begeleiding vormt een sprankelend slot van dit recital.

 

Cantates op. 2, 3, 7 en 8. Susanne Rydén met Musica fiorita. Harmonia Mundi HMC 905249.

 

Op deze cd is een keuze uit Strozzi’s geestelijke repertoire gecombineerd met instrumentale werken van haar Venetiaanse tijdgenoten Gianocelli, Tarquinio Merula en Biagio Marini. Kiehr heeft aan donkerder en voller sopraan dan Bott wat mee dankzij de krachtige begeleiding van orgel en strijkers veel body verleent aan de muziek. Ze weet prachtig raad met het decoratieve flair dat dit materiaal vergt en haar versieringskunst is een toonbeeld van expressiviteit.

Het Salve regina aan het begin is niet alleen treffend teer en melancholiek, maar ook erg vitaal. Het motet Erat Petrus kan doorgaan voor een operascène met grote ritmische verscheidenheid en ‘twee‘ stemmen met veel aplomb in quasi dialoogvorm. Eenvoud is het kenmerk van Mater Anna, maar het begrip affetti komt het best tot uitdrukking in Parasti cor meum.

 

Diporti di Euterpe op. 7

De Diporti bestaan in twee gedaanten, in op. 7 als overo cantate & ariette a voce solo en in op. 8 als overo madrigali a due voci in op. 8. Uit de elfdelige cantatereeks op. 7 is de laatste, ‘Sino alla morte’ het mooist qua dramatiusch effect. Expressieve muziek met een duidelijk operakarakter eigenlijk.

Emanuele Galli geeft van het geheel een heel stijlvolle uitvoering, begeleid door het Ensemble Galilei onder Paul Beier op Stradivarius STR 33487.

 

Sacri musicali affetti. Band I op. 5. Maria Cristina Kiehr met Concerto soave. Harmonia Mundi ED 13048.