AUERBACH: KLEINE ZEEMEERMIN, DE
DVD Recensies

Auerbach: De kleine zeemeermin. Yuan Yuan Tan (het zeemeerminnetje), Lloyd Riggins (de dichter), Tiit Helimnets (de prins), Sarah van Patten (de prinses) en Davit Karapetyan (de zeeheks) met het San Francisco ballet o.l.v. Martin West. C Major 708704 (2 dvd’s, 2u. 14’). 2010

 

Voor wie niet met Andersens sprookje van De kleine zeemeermin uit 1837 en de animatiefilm van Disney uit 1989 vertrouwd is: de kleine zeemeermin woont met haar vader, die de koning is diep in de zee, maar mag op haar vijftiende voor het eerst naar de oppervlakte. Ze ziet een mooie prins op een schip, wordt meteen verliefd op hem. Als een storm opsteekt, vergaat de boot en dreigt de prins te verdrinken. Ze redt hem, laat hem bewusteloos dichtbij een tempel achter.

Maar haar verliefdheid gaat niet over, ze wil net als de mens een ziel hebben en na de dood eeuwig voortleven in plaats van later als zeeschuim te eindigen.

Ten einde raad bezoekt ze de zeeheks. In ruil voor een toverdrank die haar benen geeft, staat ze haar tong en dus ook haar mooie stem af. Het drinken van de toverdrank is een pijniging. De enige manier om een ziel te krijgen, is door te zorgen dat de prins haar bemint en met haar trouwt. Gelukkig voelt de prins zich tot haar aangetrokken door haar schoonheid en manier van bewegen. Alleen kan ze niet met hem praten. De prins houdt echter van haar zoals je van een klein kind houdt.

John Neumeier maakte van dit gegeven een krachtig, maar nogal troosteloos en somber ballet bij wijze van antidosis tegen de meestal vrolijk eindigende kinderballetten, eerst voor zijn Hamburgse balletgroep, daarna voor San Francisco. Vooral de duistere kanten van het sprookje worden op levendige en dramatische wijze naar voren gehaald. Andersen zelf behoort ook tot de dramatis personae in de vorm van een haast overgeëmotioneerde dichter.

Lera Auerbach schreef hiervoor heel congruente, soms expressionistisch aandoende, niet zelden enigszins dissonante muziek. Daar is in al zijn nachtmerrieachtige concreetheid niets waterigs aan. De partituur bezit naast momenten van filmmuziek ook gespierde citaten van Beethoven, Prokofiev en Shostakovitch en passages die met hun slagwerkeffecten iets van het ceremoniële Japanse Noh theater hebben. In een passacaglia pas de quatre kan zels een spoor Panufnik worden herkend. Ook zijn er misvormde, onstoffelijke vocale klanken van een theremin.

Gedanst wordt er heel expressief, vooral natuurlijk door Yuan Yuan Tan en Sarah van Patten. Het geheel is een fascinerende, ontroerende maar weinig opvrolijkende ervaring. Vooral ook dankzij de zeer goede verrichtingen van het balletorkest onder Martin West. Als bonus is er een korte documentaire ‘The making of’.