BERG: WOZZECK (6x)
DVD Recensies

Berg: Wozzeck op. 7. Toni Blankenheim (Wozzeck), Richard Cassilly (Tamboer majoor), Peter Haage (Andres), Gerhard Unger (kapitein), Hans Sotin (Dokter), Sena Jurinac (Marie) met het Ensemble van de Hamburgse Staatsopera o.l.v. Bruno Maderna. Art Haus 101.277 (dvd, 1u. 27’33”). 1970

 

Berg: Wozzeck op. 7. Franz Grundheber (Wozzeck), Hildegard Behrens (Marie), Walter Raffeiner (sergeant majoor), Philip Langridge (Andres), Heinz Zednik (kapitein), Aage Haugland (dokter) e.a. met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Claudio Abbado. ArtHaus 100.256 (dvd, 97’). 1987

 

Berg: Wozzeck op. 7. Franz Grundheber (Wozzeck), Waltraud Meier (Marie), Mark Baker (Tamboermajoor), Endrik Wottrich (Andres), Graham Clark (kapitein), Günter von Kannen dokter), Dalia Schaechter (gravin Geschwitz) e.a. met het Ensemble van de Deutsche Oper Berlijn o.l.v. Daniël Barenboim. Euro Arts 2066758 (dvd, 1u. 37”). 1994

 

Berg: Wozzeck op. 7. Dale Duesing (Wozzeck), Ronald Hamilton (Tamboermajoor), Barry Banks (Andres), Dieter Bundschuh (Kapitein), Frode Olsen (Dokter), Kristine Ciesinski (Marie) met het koor van de Opera Frankfurt en het Frankforts Museumorkest o.l.v. Sylvain Cambreling. ArtHaus 102.031 (dvd, 1u. 47’). 1996

 

Berg: Wozzeck op. 7. Franz Hawalata (Wozzeck), Angela Denoke (Marie) Reiner Goldberg (Tamboermajoor), Johann Till (Dokter), Hubert Delamboye (Kapitein), David Kübler (Andres) met het Ensemble van het   GRan teatro del Liceu Barcelona o.l.v. Sebastian Weigle. Opus Arte OA 9850 (dvd, 2u.09’). 2006 

 

Berg: Wozzeck op. 7. Christian Gerhaher (Wozzeck), Brandon Jovanovich (Tamboermajoor), Mauro Peter (Andres), Wolfgang Ablinger Sperrhacke (Kapitein), Gun-Brit Barkmin (Marie), Lars Woldt (Dokter). met het Ensemble van de Opera Zürich o.l.v. Fabio Luisi. Accentus Music ACC 20363 (dvd, 1u. 41’). 2015

 

Berg begon aan zijn eerste opera met een zelfgeschreven libretto nadat hij in 1914 een uitvoering van Georg Büchners bij zijn dood op 23-jarige leeftijd nagelaten onvoltooide drama Woyzeck uit 1837 had gezien. George Steiner noemde dit ‘de eerste tragedie over een verschoppeling’.

Zijn werk aan deze opera werd door de Eerste Wereldoorlog onderbroken hoewel hij niet aan het front diende en zo kon hij het pas acht jaar later voltooien.

Wozzeck werd pas in december 1925 voor het eerst met groot succes opgevoerd in de Berlijnse Staatsopera onder leiding van Erich Kleiber.

Het verhaal wordt gepresenteerd in vijftien heel korte, haast cinematografische korte taferelen die elk een op zichzelf staande muzikale structuur hebben. Het draait om de simpele, straatarme soldaat Wozzeck die wordt vernederd, gebrutaliseerd en onderdrukt in een repressief systeem en die – deels door jaloezie – mentaal ineenstort. Uiteindelijk vermoordt hij Marie, de moeder van zijn kind. Zij is namelijk verleid door een andere soldaat. Terwijl Wozzeck zijn best doet om het kind financieel te onderhouden, wordt hij gehoond door zijn werkgever, de burgerlijke Kapitein en de megalomane Dokter.

Nadat hij Marie heeft doodgestoken, keert Wozzeck terug naar de plaats delict en in een wanhopige poging om het moordwapen terug te vinden, verdrinkt hij in het meer.

Wozzeck is Bergs meest expressionistische werk met een dissonante partituur die een sfeer van toenemende paranoia en onderdrukking schept. De structuur van de drie, elk in vijf taferelen onderverdeelde aktes is heel complex, maar, zoals Berg zelf schreef: ‘er mag niemand in het publiek zijn die vanaf het moment dat het doek open gaat totdat het voor de laatste keer weer zakt, ook maar iets merkt van deze fuga’s, inventies, suites en sonatedelen, variaties, rondo’s en passacaglia’s. Niemand mag vervuld raken van iets anders dan het idee van de opera.

Met dit werk betrad de opera als genre nieuw terrein. Niet slechts was het de eerste atonale opera, hij was ook nog meteen toegankelijk, misschien juist door zijn ambiguïteit,  balancerend tussen tonaliteit en atonaliteit.

In een opvoering van de opera waarin recht wordt gedaan aan de muziek, wordt Bergs wens vervuld: de vorm van Sprechgesang past goed voor de aarzelende pogingen van de dramatis personae om met elkaar te communiceren, terwijl het orkest alles vertelt wat zijn niet weten uit te drukken.

Vijf opnamen van deze opera staan op dvd ter beschikking. De oudste is die van Bruno Maderna uit Hamburg, een studio opname. Dat heeft zijn voordelen, want hier krijgen we de opera precies zuiver op toonhoogte te horen met minimaal Sprechgesang en in een krachtige aanpak van de dirigent. Als Wozzeck beeldt Toni Blankenheim heel goed het lijden van de titelfiguur uit terwijl Gerhard Unger briljant is als de dominante Kapitein en goed contrasteert  met die andere tenor, Richard Cassilly als Tamboermajoor. Met haar pure, zoete sopraan geeft Gundula Janowitz een prachige Marie ten beste met veel aandacht voor de scherpe kantjes. Hans Sotin is krachtig eb sinister als Dokter. Ook de verdere entourage van decors, kleding en de regie van Jürgen Hess en Rolf Liebermann is in orde.

Aanvankelijk verscheen de opvoering van Claudio Abbado uit de Weense Staatsopera op Laserdisc beeldplaat (Pioneer PCMB 00421) en audio cd (DG 423.587-2), later gelukkig ook op dvd.

Het is de registratie van een geweldige productie die inderdaad de sfeer en de spanning ademt van een grootse gebeurtenis. Abbado verwaarloost hier geen moment het laatromantische lyrische aspect, maar hij houdt het klankweefsel ook mooi doorzichtig en laat de expressionistische snauwerij waar nodig ook blijken. 

De bezetting is optimaal met Grundheber heel geloofwaardig en geloofwaardig in de titelrol, zowel in de uitdrukking van het ellendige pathos van zijn droeve lot als in die van zijn hulpeloze verbittering en Behrens is een fascinerend intelligente, karaktervolle en geëngageerde Marie, waarbij de soms optredende overbelasting van haar stem hier nu eens een deugd is. Ook op de kleinere rollen valt niets aan te merken. Maar de feitelijke helden van deze voorstelling zijn Abbado en het orkest die met een ongelooflijke felheid het drama echt inhoud en kracht verlenen. Adolf Dresen zette de zaak boeiend op toneel en Brian Large vertaalde alles in goede videobeelden. Het geluid heeft typisch theaterperspectief en heeft dus niet de balans van en studio-opname, maar het effect is best goed, zoals wanneer het militaire orkest opdraaft en weer verdwijnt. De hele voorstelling bezit een dringende noodzakelijkheid, een gevoel van bitter protest en boos mededogen dat heel bijzonder aandoet en de kijker/luisteraar niet onberoerd kan laten.

Enige jaren later (1994) nam Barenboim hetzelfde werk in de Berlijnse Staatsopera op. Ditmaal voerde Patrice Chéreau regie en zorgde Richard Pedruzzi voor de décors. Opnieuw speelt Grundheber Wozzeck, maar in vergelijking met de vorige versie missen zijn acteren en zijn stem hier iets van kwetsbaarheid. Meier weet wel het angstaanjagende contrast tussen haar fysieke en mentale problemen te uiten, maar is toch net wat minder aangrijpend dan bijvoorbeeld Behrens. Von Kannen daarentegen is een fraaie geobsedeerde dokter en Clark een echt gekke kapitein. De kwaliteit van de video directie, beeld en geluid is heel goed.

De opname van Sylvain Cambreling uit Frankfurt is aardig voor een keer. Regisseur Peter Mussbach ging namelijk voor een minimalistische opvatting op het toneel gedomineerd door eenvoudige geometrische figuren, kleuren uit een stripverhaal en groteske kostuums. Instrumenten hangen aan draden boven het toneel. Ook de handeling oogt verregaand geabstraheerd, Gezongen wordt over de hele linie best mooi en het orkest levert ook een mooi aandeel, maar dat alles had beter gewoon op cd gepast.

De vertolking van Fabio Luisi uit Zürich wordt bepaald en beheerst door het debuut van  Christian Gerhaher in de hoofdrol. Met haast te mooie stem en groot acteervermogen beeldt hij de gemaltraiteerde soldaat uit, tot gekwordens toe. Zijn scènes met Marie vormen uiteraard hoogtepunten. In die rol imponeert Gun-Brit Barkman met haar donkere stem ook, duidelijk naar voren brengend hoezeer ook zij slachtoffer is. Gelukkig verricht ook de rest van de bezetting heel goede prestaties: Lars Woldt als de paranoïde dokter, Mauro Peter als de bluffende, minzame Andres, Brandon Jovanovich als de opstandige braggadocio Tamboermajoor en Wolfgang Sperrhacke als de onbeheerste kapitein.

En met het het orkest zorgt Fabio Luise dat alles op de goede plaats landt. Gelukkig voldoen ook de regie van Andreas Homoki en de decors van Michael Levine.

Geen wonder dat de voorkeur nu uitgaat naar de nieuwste productie, maar het zou onverstandig zijn om de heel realistische versie van Abbado en de onverbiddelijke van Barenboim te vergeten. En als hygiënische uitkomst is ook Maderna nog altijd niet te versmaden.

Er is nog een onbekende Naxos opname (8.660076/7) van de Opera Stockholm onder Leif Segerstam.