BACH, J.S.: MATTHÄUS PASSION, FISCHER
DVD Recensies

Bach: Matthäus Passion BWV 244. Mark Padmore (evangelist), Peter Harvey (Christus), Maria Espada (s), Ingeborg Danz (ms), Renate Arends (s), Barbara Kozelj (a) Henk Neven (bs), Peter Gijsbertsen (t) met het Groot omroepkoor, Nationaal kinderkoor en Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer. ArtHaus 101.676 (2 dvd’s, 2u. 57’). 2012 

 

Nederland Matthäus land. Er zijn wel statistieken verschenen over hoe vaak dit oratorium in de lijdenstijd tot in alle uithoeken van het land ieder jaar wordt uitgevoerd. In 1999 verscheen De Matthäus Passion: 100 jaar traditie van Schmidt c.s. in de vertaling van Boogaart (uitg. Thoth, ISBN 978.90.1868.218-2) waarin de focus is gericht op de vertolkingen van het Concertgebouworkest worden besproken.

Daar klonk de eerste uitvoering 25 april 1891 onder Julius Röntgen. Vanaf 8 april 1899 maakte Willem Mengelberg daar tot in W.O. II een jaarlijkse traditie van en de laatste jaren van zijn heerschappij werden die traditionele Palmzondag uitvoeringen door de AVRO uitgezonden en maakte ik als klein jongetje kennis met het werk. Wat daarvan als conserve rest is de opname uit 1939 met Karl Erb als evangelist, Willem Ravelli als Christus en verder met JO Vincent, Ilona Durigo, Louis van Tulder, Hermann Schey, het Jongenskoor Zanglust en het Amsterdams Toonkunstkoor (Philips 462.871-2).

Het is curieus, maar ook best interessant om die geromantiseerde, gecoupeerde interpretatie terug te horen. Het koor telde 450 leden, het orkest speelde op basis van 8 contrabassen, oboe d’amore en oboe da caccia waren vervangen door klarinetten, de bassso continuo was aan een romantisch orgel en een piano/cello toevertrouwd.

Eduard van Beinum zette de traditie voort, maar officiële opnamen van zijn Matthäus zijn nooit verschenen. Wel circuleert van hem een uitgave uit 1958, een jaar voor zijn dood, op Audiophile Classics APL 101302. Solisten waren Ernst Häfliger, Heinz Rehfuss, Erna Spoorenberg, Annie Hermes, Simon van der Geest en David Hollestelle, nog steeds met het Zanglust jongenskoor en het Toonkunstkoor.

Daarna nam Eugen Jochum het estafettestaafje over. Van hem is de uitvoering uit 1965 met Ernst Häfliger, Walter Berry, Agnes Giebel Marga Höffgen, John van Kesteren, Leo Ketelaars, Franz Crass, het Willibrorduskerk jongenskoor  en het Groot omroepkoor (Philips 420.900-2, 426.645-2).

Bernard Haitink heeft zich nooit aan dit werk bezondigd, maar liet het over aan de grote specialist van de historische uitvoeringspraktijk, Nikolaus Harnoncourt. Van hem is maar één registratie bewaard. Deze is uit 1985 met Kurt Equiluz, Robert Holl, Arleen Augér, Sheri Greenawald, Jadwiga Rappe, Jard van Nes, Neil Rosenshein, Ruud van der Meer, Anton Scharinger het St. Bavokerk jongenskoor, het Concertgebouworkest koor (Teldec 8.35668, 2292-42411-2).

Haitinks opvolger Riccardo Chailly wilde zich in Amsterdam kennelijk niet ’branden’ aan de Matthäus en wachtte met een opname totdat hij in Leipzig goed was gevestigd.

Tot zover een kort overzicht van de opnamegeschiedenis van het bekende oratorium van het Concertgebouw en zijn vaste bewoners.

Het duurde tot 2012 voordat de volgende representatieve vastlegging plaatsvond. Maar toen was het dan ook meteen in menig opzicht raak. Op 30 maart had de TV muziekzender Mezzo zijn camera’s en microfoons in de zaal om in goede, sobere beeld- en meer dan adequate geluidsregie de uitvoering van Iván Fischer ‘live’ uit te zenden. Dat materiaal is nu gelukkig bewaard en mooi bestendigd op twee waardevolle dvd’s. In 2008 had de dirigent daartoe al een soort voorbereiding gegeven.

Wat bijzonder is aan deze realisatie is nu gelukkig niet alleen geluidsmatig, maar ook duidelijk in beeld tot in detail in HD kwaliteit en zo men wil ook in een Blue Ray versie te volgen.

Zo werd ook letterlijk inzichtelijk waarin deze uitvoering alleen al uiterlijk verschilde van de traditionele. Niet door een tot een minimum gereduceerd koor, maar wel tot ongeveer veertig leden beperkte Omroepkoor. Opvallend verder de hoge kwaliteit van het gemengde Nationale Kinderkoor waarvan de jongens en meisjes zich meteen aan het begin rond de dirigent opstellen wat hun inbreng in belangrijkheid verhoogt. Niet alleen dat: ze zongen ook in de koralen mee.

Verder valt de nieuwe orkestopstelling op die verre van  symmetrisch was. In orkest 2 bijvoorbeeld zaten niet de strijkers, maar de blazers vooraan en Peter Harvey zong als Christus vanaf een kleine verhoging. De dubbelkorigheid van het werk werd voortdurend juist ook visueel benadrukt.

In het orkest vielen verder de vier houten dwarsfluiten op, die – verbeelding of niet – wat milder, warmer klinken dan hun metalen broers. De drie altviolen die ‘So ist mein Jesus nun gefangen’ liet begeleiden, bleek ook een mooie trouvaille. Dat gevoegd bij de prachtige zang van Maria Espada en Ingeborg Danz. Espada blonk bijzonder uit in ‘Aus Liebe’. Ook de Nederlandse zangers leverden lofwaardige prestaties.

Met al zijn ervaring in deze partij was Mark Padmore een geëngageerde, echt betrokken verhalende evangelist; Peter Harvey was een verheven, ontroerende, wat ingetogen Christus.

Meteen het tot in detail genuanceerde en bijzonder helder, veerkrachtig weergegeven openingskoor doet de oren spitsen. Dat de dirigent een voorkeur heeft voor kalme tempi draagt ook aan de detaillering bij.

Tegenover legio (zo’n 75!) cd opnamen van de Matthäus staat momenteel een handjevol dvd opnamen. Onder meer van Richter (DG 073-414-9), Harnoncourt (Teldec 8573-81036-9), Guttenberg (Arthaus 100.268), Leusink (Amsterdam Classics AC 20050), Koopman (Challenge CCDVD 72255), Cleobury (Brilliant 9250), Rattle - ook heel bijzonder qua regie met solisten die zich tussen het publiek en op een balkon begeven - (BPH 20011) en Biller (Accentus musicus ACC 20256).

Het leidt echter nauwelijks twijfel dat deze ArtHaus uitgave van Fischer niet alleen de interessantste is, maar ook in alle opzichten tot de meest geslaagde behoort.