BRUCKNER: SYMFONIE NR. 7; BEETHOVEN PIANOCONCERT NR. 3, BRENDEL, ABBADO
DVD Recensies

Bruckner: Symfonie nr. 7 in E; Beethoven: Pianoconcert nr. 3 in c op. 37. Alfred Brendel met het Luzern Festival orkest o.l.v. Claudio Abbado. EuroArts 205.4647, 205.649 (dvd, 1u. 46’). 2005  

 

Tot de bijkomende genoegens van een kijker met langjarige internationale ‘live’ concertervaring behoort het naar deze op tv weergegeven dvd kijkend, terwijl het geluid wordt omgeleid naar de muziekinstallatie ter weerzijden van het beeldscherm, om in het in 2003 op aandrang van de schijnbaar net van maagkanker genezen Claudio Abbado, die na Berlijn in zijn helaas laatste levensperiode opgerichte Luzernse orkest en dit als een nieuw begin te ervaren, musici, die hij vroeger in andere functies ontmoette, te herkennen. (Sorry voor deze lange gymnasiale zin).

Het zijn mensen die een paar weken van hun zomervakantie opofferen om een topensemble te vormen. Daarbij gaat het om deelnemers uit het Berlijns filharmonisch orkest: violist Kolja Blacher, contrabassist Wolfram Christ,  hoboïst Albreecht Mayer, trompettist Reinhold Friedrich. Verder de vier leden van het Hagen kwartet en die van het blazersensemble van klarinettiste Sabine Meyer, celliste Natalia Gutman en veel oude bekenden uit het Europees- en Mahler Jeugdorkest: waaronder violistes Iris Juda en Reiko Koi, fluitist Jacques Zoon.  

Het is eigenlijk verbazingwekkend hoe zo’n uit divers, haar kwalitatief hoogstaand gezelschap in een minimum van tijd zo’n hecht ensemble wordt gesmeed. Motivatie, inzet, plezier in het typisch Abbado-iaanse samen kamermuziek op hoog niveau maken spelen daarbij zeker een rol. Grote precisie is geen punt.

Geen nuance wordt veronachtzaamd (let op de subtiele dirigeergebaren), voor Latijnse transparantie die voor Bruckner een weldaad is, wordt gezorgd.

In 1992 had Abbado in Wenen al een prachtige Negende opgenomen (DG 437.518-2), maar deze imponeert nog meer. Het evenwicht tussen helder, formeel van structuur en een plooibare expressie is vrijwel ideaal. Het adagio ontwikkelt zich rustig en zoals gewenst inderdaad plechtig met de vroeger omstreden bekkenslag als triomfantelijk hoogtepunt; het scherzo is een pittige berendans en de finale vormt een prachtige samenvattende conclusie.

Brendel werkte vaker met succes samen met Abbado in  pianoconcerten (van Brahms). De pianist nam Beethovens derde concert eerder op met Wallberg (Vox), Levine (Philips) en Rattle (EMI), dus is de uitkomst genoegzaam bekend.  Ook hier is het resultaat derhalve heel positief.

Prachtige zaal, goede akoestiek, bekend bij beeld- en geluidstechnici zodat de audiovisuele kant best in orde is. Alleen de pauken lijken wat ondervoed.