SCHUBERT: DIE SCHONE MULLERIN, FISCHER-DIESKAU

Schubert: Die schöne Müllerin D. 795. Dietrich Fischer-Dieskau (bariton) en András Schiff (piano). TDK DV-CODSM (83’, 4:3, stereo, regio 0). 1991

 

De twintig liederen uit  Die schöne Müllerin getuigen van een tot grote hoogte opgevoerde romantiek in het pantheïstische decor van de molen en zijn molenaar. De dichter, Wilhelm Müller verhaalt van een eenzaam verlangen, jaloezie, hoop en angst terwijl de beek dartel stroomt, het molenrad aandrijft en de natuur fris besprenkelt.

Dietrich Fischer-Dieskau bezong die wereld al herhaaldelijk. Voor het eerst met Gerald Moore in 1951 (EMI 763.449-2), daarna opnieuw met de eminente Engelse begeleider in 1961 (EMI 566.907-2), vervolgens in 1968 met Jörg Demus (DG 463.502-2) en tenslotte in 1971 nogmaals met Moore (DG 453.676-2).

Twee jaar voordat hij zin zangcarrière opgaf, in juni 1991, keerde hij tijdens een Schubertiade in Feldkirch (in het Montforthaus) voor het laatst terug tot deze materie. De daar tot stand gekomen opname is vooral een kwestie van toeval en geluk. De Oostenrijkse tv besloot een kort nieuwsitem te maken over het unieke optreden van de bariton en zijn bijzondere Hongaarse begeleider. Maar tijdens de repetities werd toestemming verleend om het hele optreden vast te leggen en uit te zenden; een tweede camera rukte aan en het resultaat is nu op dvd-v te bewonderen.

Terugblikkend zei de bariton dat hij hier voor het eerst had getracht de liederen niet te zingen zoals hij ze altijd had opgevat, meer geleid door het verhaal dan door de gevoelens die dat opriep, minder gericht op de vocale melodielijnen dan op het open en nieuwsgierig reageren op de weelde aan kleuren en expressie van de pianopartij.

Wat zo tot stand kwam, is een soort miniatuur drama en het is haast een verademing de zanger nu eens niet zo nadrukkelijk de tekst te horen uitdiepen. Geen detail is over het hoofd gezien en alle rijkdom van de cyclus is in zijn totaliteit aan het licht gebracht. Natuurlijk ondersteunt het beeld de voordracht nu we ook de wisselende gelaatsuitdrukkingen van de zanger kunnen zien. Bang voor duidelijk verminderde stemkwaliteit hoeven we gelukkig nauwelijks te zijn en de vocale techniek is hier nog steeds even goed als vroeger. Prachtig wordt toegewerkt naar de tragische climax uit beide laatste liederen. De gevoelige begeleiding van Schiff (die immers ook al Schuberts pianosonates zo prachtig vertolkte) is exemplarisch. Zo ontstond een heel bijzondere, individuele vertolking die een ereplaats verdient naast de mooiste van het stel op cd voorhanden uitvoeringen, namelijk die met Moore uit 1961.

De concertreportage is aangevuld met een twintig minuten durend, met muziekvoorbeelden doorspekt interview met de zanger dat Franz Zoglauer tijdens de Schubertiade 1985 afnam. Hij vertelt heel open veel over zichzelf en zijn ideeën over de liedkunst en zijn opvattingen daarover.