SCHUBERT: FANTASIE, LABEQUES

Schubert: Fantasie in f D. 940; Andantino varié in b D. 823; Mozart: Sonate voor 2 piano’s in D KV 448. Katia en Marielle Labèque. KML 1117 (52’58”). 2007 

Toen Katia Labèque onlangs (we spreken eind 2007) als begeleidster van Viktoria Mullova optrad, was dat reden genoeg zich af te vragen wat van het geweldige pianoduo Labèque was geworden. Het bestaat dus gelukkig nog met misschien iets minder wilde haren maar met des te meer muzikaal inzicht en stijlgevoel. Waarom het zo stil werd rond de zusjes komt voor ons, voornamelijk op muziekconserven aangewezenen waarschijnlijk omdat Philips ze geen onderdak meer verleende. Een lot dat zij met veel anderen – en vaak niet de geringsten – delen. Sommigen vinden elders bij een grote international een plekje (Hahn, Grimaud bij DG), anderen hebben een uitwijkmogelijkheid naar een vrij idealistisch label als Onyx. Weer anderen beginnen voor zichzelf, zoals hier blijkt uit de initialen KML, merkwaardig genoeg van Italiaanse herkomst (Fondatione kml, op internet te vinden. Blijkens een inlegvel bij deze in ECM achtig somber zwart/wit verpakte cd zijn er inmiddels 6 KML cd’s uitgebracht.Belangrijker is natuurlijk de puur muzikale inhoud van dit (helaas) vrij korte programma dat ook en gelukkig heel netjes met een niet te directe maar wel heel duidelijke pianoklank en zonder te grote spreiding tussen beide Steinway’s in Italië werd opgenomen.De Fantasie van Schubert zal voor menigeen een lievelingswerk zijn; alleen al het introductiethema is van dien aard dat het de luisteraar dagenlang in stilte kan blijven volgen. Het werk stelt niet al te hoge pianotechnische eisen, maar vergt wel een perfecte coördinatie en een enorme gevoeligheid en een grote beheersing van de dynamiek. Van het werk bestonden vanzelfsprekend al diverse prachtopnamen: te beginnen bij Haebler/Hoffmann (Philips), Perahia/Lupu (Sony), Pires/Castro (DG), Richter/Britten (Decca), Queffélec/Cooper (Warner) en Lortie/Mercier (Chandos).Beide françaises beginnen het stuk heel aarzelend en teer om verderop de contrasten van tempo, expressie en dynamiek stevig aan te zetten. De articulatie is scherp wat eigenlijk alleen het poëtisch gehalte ten goede komt. Vergeleken hiermee is het Andantino varié een lichtgewicht werk, maar het wordt er niet minder doorleefd om gespeeld. Volgt de overstap naar Mozarts dubbelsonate, ook weer zo’n meesterwerk uit de beperkte literatuur voor pianoduet. Zonder een moment van verruwing, maar heel helder en spiritueel, haast speels komt de sonate tot klinken. De enige merkwaardigheid treedt op aan het begin van de finale waar het notenbeeld verkeerd lijkt te zijn gelezen. Of betreft het een bijzondere uitgave.De zussen Labèque kunnen het al met al tegen de besten opnemen en profiteren bovendien van een der beste opnamen.