SCHUBERT: WINTERREISE, BOSTRIDGE, HYNNINEN

Schubert; Winterreise D. 911. Ian Bostridge (tenor) en Julius Drake (piano). Warner NVC Arts 8573-83780-2 (124’, 4:3, regio 2-6, geluid 2.0, regio 2 en 6). 2000

Schubert: Winterreise D. 911. Jorma Hynninen (bariton) en Ralf Gothon (piano)i. ArtHaus 100.258. (75’, 4:3, geluid 2.0, regio 2 en 5) 1994

 

Uit een intussen ver TV verleden zal menigeen zich nog herinneren aan de door Wilhelmina Hoedeman gerealiseerde muziekprogramma’s waar de duvel en z’n ouwe moer er met de haren werden bijgesleept om maar een spannend, liefst vervreemdend of juist congruent plaatje van te maken (een Schotse bergbeek bij Bruchs Schotse fantasie, een boerenschuur bij Schuberts Der Tod und das Mädchen). Natuurlijk is het sec verfilmen van een ongeveer vijf kwartier durende dramatische liederencyclus vrij saai. De vraag is dus hoe die voor een TV uitzending en videoregistratie moet worden aangekleed.

De door regisseur David Alden en videoregisseur Peter West bedachte, lichtelijk provocerende enscenering voor de NVC opname van Schuberts Winterreise zal niet ieders cup of tea zijn. Ook de vertolkers hebben zo hun twijfels als ze horen hoe dit tweetal de liederencyclus willen transformeren in een melodrama rond een protagonist die op het punt lijkt te staan zijn verstand te verliezen.

Alden koos inderdaad voor een dramatische aanpak door naar een leegstaande psychiatrische instelling in noord Londen te gaan en daar door Ian MacNeil een vervallen grote, vrijwel lege, heel desolate ruimte te laten inrichten, waarin begin en eind van de Winterreise handelen. Daar tussenin wordt Ian Bostridge tegen een witte wand geprojecteerd (wat bijvoorbeeld heel effectief is in ‘Die Krähe’ waar de zanger met uitgestrekte benen door de  denkbeeldige dreigende kraai van boven lijkt te worden bekeken). Treffend zijn ook de mystiek aandoende beelden van de hopeloze, eenzame figuur in ‘Die Nebensonnen’ en de verloren ziel op afstand in ‘Das Wirtshaus’ of de zanger die ruggelings achter zijn begeleider zit in ‘Mut’. Minder geslaagd lijken beide eerste liederen over het ontrouwe meisje. In hoeverre dit alles goed tegen herhaling bestand is…….? Op Bostridge’s voordracht – wat ongewoon in de tenorversie – valt weinig aan te merken, want die is prachtig van toon en heel doorleefd, net als Drake’s fraai geïntegreerde begeleiding. De identificatie van Bostridge met de eenzame zwerver is fascinerend en los van de videobeelden is dit een van de frappantste tenorale vertolkingen van deze cyclus.  Het geheel is echt bijzonder en fascinerend.

Voor een totaal andere opzet kozen de Finnen die in 1994 een TV film van de cyclus maakten en als locatie een museum in Lapland kozen waarin naast passende schilderijen van Reida Särestöniemi prachtige winterlandschappen buiten worden gebruikt om de wanhopige, introspectieve liederen te illustreren. Jorma Hynninen en Ralf Gothoni zijn boeiend in beeld gebracht. De zeer geconcentreerd ogende bariton heeft zijn blik met diepliggende ogen constant in de verte gericht en hij imponeert met zijn welsprekende strakke voordracht. Gothoni weet het maximum aan expressie uit de pianopartij te halen, het geheel maakt een zeer gesloten indruk; beeld en geluid laten geen wens onvervuld en voor herhaald gebruik is deze opname geschikter dan die van Bostridge, ook omdat een bariton toch passender is. Wat op den duur bij TDK hooguit wat storend, afleidend  kan worden, is dat de camera af en toe een blik op de luisteraars werpt.