STRAUSS: DER ROSENKAVALIER, KARAJAN, KLEIBER 2x, SOLTI

Strauss: Der Rosenkavalier. Anna Tomowa-Sintow, Agnes Baltsa, Kurt Moll, Janet Perry, Gottfried Hornik, Vinson Cole e.a. met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Herbert von Karajan. Regie: Herbert von Karajan. Sony S2HV 48313 (vhs). 1984

Strauss: Der Rosenkavalier. Gwyneth Jones (Feldmarchalin), Brigitte Fassbänder (Octavia), Manfred Jungwirth (Baron Ochs), Lucia Popp (Sophie), Benno Kusche (Faninal), Francisco Araiza (Italiaanse tenor) e.a. met het Ensemble van de Beierse Staatsopera, München o.l.v. Carlos Kleiber. Regie: Otto Schenk. DG 073-407-2 (dvd). 1979

Strauss: Der Rosenkavalier. Felicity Lott (Feldmardchalin), Anne Sofie von Otter (Octavia), Kurt Moll (Baron Ochs), Barbara Bonney (Sophie), Gottfried Hornik (Faninal), Anna Gonda (Annina), Heinz Zednik (Valzacchi) e.a. met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Carlos Kleiber. Regie Otto Schenk. DG 073-008-9 (2 dvd’s , 193’, 4:3, geluid 2.0, regio 0). 1994

Strauss: Der Rosenkavalier. Kiri te Kanawa (Feldmarschallin), Agnes Baltsa (Octavian), Auge Haugland (Baron Ochs), Barbara Bonney (Sophie), Jane Summers (Faninal) e.a. met het Ensemble van Covent Garden, Londen o.l.v. Georg Solti. Regie: John Schlesinger. NVC Arts 0630-19391-2 (195’, 4:3, geluid 2.0, regio 2-6). 1985

 

Na de excessen van de choquerende eenakters wierpen Strauss en Von Hofmannsthal zich in 1911 met Der Rosenkavalier op de Mozartiaanse komedie. Het werd en bleef Strauss’ populairste opera. Met als ondertitel “Eine Komödie für Musik” plaatsten zij de handeling in het Wenen uit het midden van de 18e eeuw binnen een neoklassiek kader over de romantische liefde, waarin baron Ochs (‘een plattelands Don Giovanni’ volgens Strauss) de bedoeling heeft om met de jonge Sophie te trouwen, maar wordt gedwarsboomd wanneer zij zich wil binden aan Octavian, de minnaar van de Marschallin en de ‘Rosenkavalier’ uit de titel. Aan het eind worden de jonge gelieven verenigd en trekken de oude Ochs en de Marschallin zich van het toneel terug.

Gebaseerd op een subtiel en knap libretto en voorzien van Strauss’ fijnzinnigste en verleidelijkste, bovendien heel melodieuze muziek vormt Der Rosenkavalier de volmaakte combinatie van geestige sfeertekening, fraaie farce, diepe gevoelens en aangename sentimentaliteit. De gladjes verlopende dramatische actie, de goede karakterisering en de overdaad aan fraaie melodieën stempelen Der Rosenkavalier tot een waardig hommage aan Mozart en diens kunst.

Een centrale plaats in het werk wordt ingenomen door de walsen, die lijken te zijn afgeleid van die van Schubert, Lanner en de (andere) Straussdynastie, maar ze zijn zo verfijnd dat het oor makkelijk kan worden verleid tot de aanname dat ze echt uit de 18e eeuw dateren en deel uitmaakten van het toenmalige muziekleven. De bekoorlijke sfeer uit die walsen dringt ook door in de momenten van intense lyrische schoonheid, zoals de ‘Italiaanse’ aria van de tenor, de slotscène van de 1e akte, de aanbieding van de roos in de 2e en het beroemde trio voor de drie sopranen uit de 3e akte.

Solti’s Londense opname is intussen ook op dvd-v uitgebracht. Het was destijds in 1985 spijtig dat het onmogelijk was om Agnes Baltsa in te zetten als Octavian; haar contract bleek dat bij nader inzien onmogelijk te maken. Anne Howells was een waardige vervangster, maar haar toon had fleuriger gekund. Belangrijker is natuurlijk de filmgenieke en roomkleurig zingende Te Kanawa te beleven als Feldmarschallin, ook al blijft ze nogal aan de buitenkant van die rol. Vandaar dat feitelijk de grootste bewondering uitgaat naar de jonge Barbara Bonney als Sophie. Haar aanbieding van de roos is werkelijk een hoogtepunt. Haugland doet er terecht alles aan om een lompe, vulgaire Ochs te zijn. Solti dirigeert energiek als altijd, maar toont niet genoeg gevoel voor warme romantiek. Gelukkig overtuigt de vrij traditionele regie van Schlesinger.

Sinds 1956 nam Herbert von Karajan het werk viermaal op, eerst voor EMI, later in 1960 en 1982/4 voor DG en tenslotte nogmaals – nu in beeld en geluid – nogmaals voor Sony, maar mooier dan die eerste versie (met o.a. Schwarzkopf, Ludwig, Stich-Randall en Edelmann) is er geen. In de videoversie koos hij Anna Tomowa-Sintow voor de titelrol en aan verfijning en detailtekening laat haar invulling van die rol weinig te wensen over, maar de duisterder en sensueler kanten daarvan blijven onderbelicht. Agnes Baltsa is een stoere, vastberaden, maar niet bijster innemende Octavian, Kurt Moll een donker klinkende, assertieve Baron Ochs en Janet Perry een charmante, goed ogende Sophie die echter te kwetterend en bleek klinkt om echt te overtuigen. Karajans eigen regie – niet altijd zijn sterkste punt – kan er goed mee door en de technische kwaliteit is – de beperkingen van het vhs formaat in aanmerking nemend – behoorlijk.

Carlos Kleiber erfde veel van het quasi genie van zijn vader Erich (van wie nog altijd de Weense opname uit 1954 op Decca 425.950-2 met Hilde Güden, Maria Reining, Sena Jurinac, Anton Dermota, Alfred Poell en Ludwig Weber in mono verkrijgbaar is!). Hoewel zelden optredend maakte hij twee opnamen van het werk. Het is jammer dat nu juist niet die iets eerdere Münchense opname uit 1979 op dvd-v is heruitgebracht want die had een iets betere, homogener bezetting dan de herhaling uit 1994 in Wenen.

Kleiber heeft Lott bestempeld als zijn ideale Marschallin en zij is inderdaad in deze rol even dominant als Schwarzkopf dat in de jaren vijftig was. Ze draagt het hart nooit op de tong en haar terughoudendheid maakt haar alleen maar geloofwaardiger. Felicity Lott mag dan misschien niet over de schitterende vocale kracht van Gwyneth Jones uit die andere opname beschikken, ze beheerst de specifieke Straussstijl beter en is ook de betere actrice. Ze creëert een levendige, geestige, maar ook heel kwetsbare en ietwat terughoudende Marschallin vol diep aangevoelde angst bij haar uitschakeling aan het slot.

De andere rollen zijn haast alle even goed bezet. Waar Manfred Jungwirth in München de grootste teleurstelling vormde met zijn raspende stem, is Kurt Moll hier op een spelonkachtige wijze van de lage E tot de hoge F heel zuiver en idiomatisch, een echt driedimensionale Ochs. Inderdaad een aristocratische os wiens lompheid meer voortkomt uit narcisme dan uit zijn slechte opvoeding.  Anne Sofie von Otter is een overtuigend jongensachtige Octavian, dapper maar sullig en tevens een vrolijke Mariandel met vooruitstekende tanden. Haar Mozartiaanse stem is frisser dan die van Münchense Brigitte Fassbänder, maar het ontbreekt haar aan de kracht om de roos met de juiste mate aan verheven schoonheid te presenteren. Barbara Bonney’s leuk jonge Sophie beschikt over de beste stem hier. Met schijnbaar gemak en accuratesse plaatst ze haar hoge noten in ‘Mir ist die Ehre wiederfahren …..Ich kenn ihn schon’.

De Valzacchi, Faninal en commissaris zijn uitstekend, Annina, de tenor en de Leitmetzerin wat minder.

Maar de grote constante op het hoogst denkbare niveau vormt de directie van Kleiber: levendig, vlot, zorgvuldig omgaand met de dynamiek en het detail (heel mooi in de alleenspraken van Lott uit de 1e akte). Geen moment legt hij een zwoel sentiment op, is guller met champagne dan met slagroom en het orkest reageert geweldig. Otto Schenk zorgde voor een passende, stijlvolle aankleding en actie, al maakt de slaapkamer van de Marschallin wat kleurloos en verwaarloosd. Daaraan had decorbouwer Rudolf Heinrich meer aandacht mogen besteden. De videoregie van Horant Hohlfeld bevalt wat minder omdat teveel aandacht die op het toneel zou moeten zijn gericht nu wordt besteed aan de directie van Kleiber. Niettemin: een krachtige aanbeveling voor deze mooiste onder de op video beschikbare Rosenkavaliers!