STRAVINSKY: SUITE ITALIENNE

Stravinsky: Suite italienne; Prokofiev; Cellosonate op. 119; Wals uit De stenen bloem;  Shostakovitch: Cellosonte op. 40. Mischa Maisky en Martha Argerich. DG 477.5323 (72’22”). 2005 

Mischa Maisky, opgetuigd als een paasos, kan soms verschrikkelijk schmieren in romantisch cellorepertoire, maar hier tijdens een ‘live’ optreden in  de Brusselse Flageyzaal, houdt Argerich hem aardig in toom. Het applaus dat beiden kregen is mee opgenomen, maar op aparte tracks ondergebracht zodat men het makkelijk kan overslaan.De 5 deeltjes uit Pulcinella die Stravinsky zelf arrangeerde waren oorspronkelijk gedacht voor viool en piano, maar Piatigorsky op zijn beurt maakte daar een cellobewerking van. Hier klinkt het werk heel levendig en spontaan.Dit Russische kamermuziekrepertoire voor cello en piano wordt (zonder applaus) minstens zo goed in lichtelijk andere combinaties recht gedaan door Mørk/Vogt (Virgin), Harrell/Ashkenazy (Decca) en Thedéen/ Pöntinen (BIS).Prokofievs enige cellosonate is een laat werk voor RostropovitchDat hier een verrassend bedachtzame vertolking krijgt. Aan het eind van het recital klinkt als toegift zijn balletwals met de verlangde zwier. Daarentegen is de cellosonate van Shostakovitch een betrekkelijk vroeg werk uit 1934 maar draagt al veel kenmerken van zijn latere stukken, met name in de ritmische intensiteit en door de duistere ondertonen van het largo. Die aspecten worden hier fraai naar voren gebracht. Als precies dit programma van uw gading is, aarzel dan niet; alleen superkritische geesten doen er goed aan het te vergelijken met de andere genoemde.