VERDI: DON CARLO, CHAILLY, HAITINK, KARAJAN, MUTI, PAPPANO

Verdi: Don Carlo. Luis Lima (Don Carlos), Ileana Cotrubas (Elisabetta), Bruna Baglioni (Eboli)), Giuseppe Zancanaro (Rodrigo), Robert Lloyd (Filips II) e.a. met het Ensemble van Covent Garden, Londen o.l.v. Bernard Haitink. Regie: Luigi Visconti. Castle CV 12033 (vhs). 1996

Verdi: Don Carlo. José Carreras (Don Carlos), Fiamma Izzo d’Amico (Elisabetta), Agnes Baltsa (Eboli), Piero Cappuccilli (Rodrigo), Ferrucio Furlanetto (Filips II) e.a. met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Herbert von Karajan. Regie Uli Märkle. Sony S2HV 48312 (vhs). 1986

Verdi: Don Carlo. Luciano Pavarotti (Don Carlo), Daniella Dessi (Elisabetta), Luciana d’Intino (Eboli), Paolo Conti (Rodrigo), Samuel Ramey (Filips II) e.a. met het Ensemble van La Scala, Milaan o.l.v. Riccardo Muti. Regie: Franco Zeffirelli. EMI 599.442-9 (2 dvd-v’s, 182’, 4:3, geluid 2.0, 5.1 en DTS 5.1, regio 0). 1992Verdi: Don Carlo. Rolando Villazón (Don Carlos), Amanda Roocroft (Elisabetta), Robert Lloyd (Filips II)), Dwayne Croft (Rodrigo)i), Jaakko Ryhänen (grootinquisiteur), Violeta Urmana (Eboli) e.a. met het koor van de Nederlandse Opera en het Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Regie: Willy Decker. Opus Arte OA 0932 (2 dvd-v’s, 199’, 16:9, geluid PCM stereo, DTS 5.1, regio 0). 2004

Verdi: Don Carlos. Roberto  Alagna (Don Carlos), Karita Mattila (Elisabetta), Waltraud Meier (Eboli), Thomas Hampson (Filips II), José van Dam (grootinquisiteur) e.a. met het koor van het Châtelet theater en het Orchestre de Paris o.l.v. Antonio Pappano. Regie Luc Bondy. Warner NVC Arts 0630-16318-2 (2 dvd’v’s, 211’, 16:9,  geluid 2.0, regio 2-6). 1996

 

Op La forza del destino volgde in Verdi’s operachronologie een grootschaliger werk dat aanvankelijk in het Frans voor de Parijse opéra werd geschreven als Don Carlos, maar dat nadat het daar ongunstig was ontvangen, in drastisch besnoeide vorm in het Italiaans als Don Carlo voortleefde. Om de kwestie verder te compliceren, wordt in diverse opvoeringen en opnamen gebruik gemaakt van een Italiaanse vertaling van de Franse tekst.

Net als bij Un ballo in maschera gaat het om een fictief verslag van de gebeurtenissen uit het leven van historische figuren. In dit geval maakte Verdi een adaptatie van Schillers toneelstuk over de 16e eeuwse Spaanse koning Filips II en diens zoon Don Carlos die een fatale liefde heeft opgevat voor zijn stiefmoeder Elisabeth wat zijn politieke noodlot wordt. De conflicten tussen staat en kerk en de pogingen van de Nederlanden om zich te ontdoen van het Spaanse juk vormen de achtergrond van koningin Elisabeths ongelukkige huwelijk met Filips II en haar liefde voor diens zoon Carlos. Voor verdere emotionele complicaties zorgen de glamoureuze, intrigerende prinses Eboli als hofdame van Elisabeth met haar liefde voor zowel Filips als Carlos en de stokoude grootinquisiteur voor verdere complicaties.

De overdaad aan politieke intriges is het effectiefst in de versie met vijf aktes, waaruit Verdi later sommige scènes die cruciaal waren voor de relatie tussen Don Carlos en Elisabeth wegsneed. Dat alles is gesitueerd in de beklemmende, bijgelovige, haatdragende wereld van de Spaanse inquisitie waarin de 90-jarige grootinquisiteur de scepter zwaait als vijfde hoofdrolspeler.

Tegenover slechts twee dvd-v opnamen van de kortere Italiaanse versie (Muti en Chailly) en eentje van de Franse versie (Pappano) staan twee (oudere) vhs opnamen, ook van de Italiaanse versie. Deze laatste kunnen kwalitatief als visueel en auditief eindproduct de vergelijking met de dvd-v’s niet goed doorstaan. Maar op zichzelf beschouwd zijn ze wel interessant.

Bij Karajan is een stel goede zangers te zien en te horen, maar er zijn coupures en de regie van Uli Märkle is uitgesproken zwak. De opname van Haitink heeft te lijden onder diens zwaarwichtige, logge directie en de onderdemaatse geluidskwaliteit al is de bezetting heel goed en interessant met Cotrubas, Baglioni, Lima, Zancanaro en Lloyd.

Na het voortreffelijk gebrachte origineel voor de Franse opera door Pappano c.s. (Warner NVC)  is het niet meer dan redelijk en ook uitermate welkom dat ook de latere Italiaanse versie in vier aktes uit 1884 in beeld-en-geluid ter beschikking kwam.

Om te beginnen met de Scala uitgave van Muti. De regie was in handen van niemand minder dan Franco Zeffirelli die op zijn bekende gulle wijze, maar geheel binnen de traditie en de tijd blijvende wijze uitpakt en in letterlijk sombere beelden de tijd van de inquisitie en de persoonlijke vijandschappen illustreert.

Het is eigenlijk vreemd te ervaren dat Pavarotti vòòr 1992 de titelrol van dit werk nog nooit op toneel had gezongen. Hier kwijt hij zich boven verwachting van zijn taak, misschien juist omdat hij niet op routine kon terugvallen. Zijn voordracht is ferm, duidelijk en plooibaar en ook acterend overtuigt hij goed. Minstens zo overtuigend en geloofwaardig is Daniella Dessì als de innemende, maar onder onrecht lijdende Elisabetta. Ook de Rodrigo van Paolo Coni is een geslaagde, toegewijde en oprechte Rodrigo, al wordt zijn toon er in zwaarder ogenblikken niet mooier op. Fel, dramatisch en juist gekarakteriseerd is de boosaardige Eboli van een vrij stoer overkomende Luciana d’Intino. Enigszins teleurstellend is echter de Filippo van Samuel Ramey die weliswaar vocaal heel mooie dingen laat horen, maar de innerlijke kwellingen van deze rol onvoldoende blootlegt. Ook bij Anisimov als grootinquisiteur is de stem op zich heel passend, maar hij had veel angstaanjagender kunnen zijn.

Een paar minpunten dus, maar zolang er geen 100% betere, overtuigender lezing is, mogen we gelukkig zijn met deze op hoofdpunten geslaagde opname.

Dirigent Muti is als steeds goed voor een energieke, felle aanpak met fraai ingevulde details. Het doet alles heel temperamentvol Italiaans en niet zozeer trots Spaans aan, maar zeer geanimeerd wordt het orkestaandeel wel ingevuld.

Daarnaast is er de nationale trots in de vorm van de door de NPS gemaakte verfilming van de Productie van de Nederlandse opera tijdens het Holland Festival 2004 met Riccardo Chailly voor het laatst aan het roer bij het Concertgebouworkest en met in het Muziektheater de regie in handen van Willy Decker met decors van Wolfgang Gussmann en kostuums van Gussmann en Susana Mendoza. Menig operaliefhebber zal een van die voorstellingen hebben gezien daar dierbare herinneringen aan bewaren; hier kunnen ze worden bestendigd.

Robert Lloyd met zijn Borisachtige donker-dreigende stem is een sombere Filips en Rolando Villazón een heel romantische, fraai acterende, nobele Carlos met een prachtstem en veel vergeefse passie in zijn jeugdige machteloosheid, Dwayne Croft geeft een mooi profiel aan Rodrigo. Amanda Roocroft fatsoeneert Elisabetta’s sympathieke muziek met veel glans en gevoel, waarbij ze veel zorg geeft aan het legato en een mooi afgeronde frasering. Violeta Urmana is een gespannen, gepassioneerde Eboli en Jaakko Ryhänen een duistere grootinquisiteur. Maar een prachtige hoofdrol valt ook toe aan het orkest. Decker plaatste nadrukkelijker dan Zeffirelli het hele werk in een claustrofobisch kader door essentieel te opereren in een grauw gemarmerde grafkelder.

De NVC Arts opname van het team Pappano/Bondy illustreert prachtig de grote voordelen van het dvd-v formaat ten opzichte van de equivalente cd opname (EMI 556.152-2, 3 cd’s): hij bevat op één schijfje 3½ uur (exacter: 211 minuten) muziek mèt fraai beeld tegenover alleen geluid, verdeeld over drie cd’s. Het geluid van de dvd-v schijf mag dan marginaal wat minder zijn dan dat van de ook in Parijs ontstane cd’s, maar dat is muggenzifterij. Hooguit is het koor wat minder exact, maar in de Auto da fe scène is het op zijn best. Bovendien zijn op de dvd-v overeenkomstig de cd praktijk keurig alle cruciale momenten geïndexeerd, dus direct toegankelijk.

Het is even wennen. In 16:9 vol beeldformaat dringen de beelden echt in volle kracht de huiskamer binnen. Dat is niet zo erg waar Luc Bondy de aandacht vestigt op de onderlinge relaties van de dramatis personae en hun beproevingen die zich voornamelijk op intieme schaal lijken af te spelen; de inquisitie als huiselijk drama. Bezwaarlijker wordt het als daardoor haast in close-up de aandacht wordt gevestigd op de vertolkers, die er zonder veel schmink en pruiken heel eigentijds ‘normaal’ en dus eerder als huidige managerstypes dan als machthebbers uitzien. Van charisma is zo weinig sprake.

Maar de relatie tussen Carlos (Alagna) en Rodrigo (Hampson) komt wel mooi uit de verf en beiden zingen de sterren van de hemel. Meier is als Eboli een opvallend verleidelijke  intrigante, Mattila een innemende Elisabeth en Halvarson een padachtige op prooi beluste grootinquisiteur zonder mededogen en vol dreiging. Over het geheel zijn de rollen met lichtere stemmen bezet dan we gewend zijn, maar dat pakt heel goed uit en past ook uitstekend bij het gebruik van de Franse tekst.

De genuanceerde, over de hele linie prachtige inbreng van Pappano en de zijnen kan niet hoog genoeg worden aangeslagen. Hier is sprake van een behoorlijk groot succes. Het enige wat bij dvd-v onderdemaats is en helaas blijft, zijn de in vergelijking met de cd wereld veel te bescheiden toelichtingen en ontbrekende teksten.

Een verder voordeel is dat hier sprake is van de complete partituur, compleet dus met de Fontainebleau scène en gebruikmakend van de Franse tekst. Een blik te kunnen werpen op Luc Bondy’s fraaie, maar in vergelijking met wat Visconti in 1958 en in 1985 door Haitink overgenomen in Covent Garden op Castle en wat Zeffirelli in 1992 voor Muti in La Scala voortoverde wat bescheiden, tamme regiebeelden is een voorrecht. Eigenlijk pas in de vierde en mooiste akte komt er echt leven in de brouwerij: de kale wanden van de kamer van de koning, de sfeervolle belichting en José van Dams striemende beeld van de ellende, waarin de koning verkeert (al is dubieus waarom de koningin op dit eenzame moment ook op het toneel moet zijn) maken diepe indruk, net als het tafereel met de grootinquisiteur rond de knoestige, padachtige oude geestelijke die zich dreigend over het toneel beweegt als grootse antagonist van de koning.

De decors zijn simpel gehouden en fraai gestileerd; ze sluiten goed bij de muziek aan. Wat overdreven doen hooguit de bliksemflitsen aan die de grootinquisiteur introduceren. De stellages uit de tuinscène in de 3e akte die een galerij openen voor het koor in de Auto da fe scène zijn een mooie vondst.

Ook de kostuums van Moidele Bickel in zwart, wit en karmijnrood zijn volgens de 16e eeuwse mode. Waar hier normaal geen pruiken worden gedragen, vormt Thomas Hampson een (wat ongelukkige) uitzondering Antonio Pappano dirigeert het werk straf, met veel gevoel voor drama en verleent het niet alleen vaart, maar ook een warm gevoel in de vereiste stijl. Het gemobiliseerde zangersteam is waarschijnlijk het beste dat momenteel bijeen te krijgen is. Karita Mattila geeft een meesterlijke uitbeelding van de ongelukkige koningin, verscheurd door een dubbele loyaliteit, met de ene hoogst geïnspireerde passage na de andere, culminerend in een prachtige aria in de 5e akte. Ook Roberto Alagna is heel goed bij stem, kernachtig, stormachtig en heroïsch, gelijkwaardig tegenover de nobele Rodrigo van Thomas Hampson. José van Dam heeft een haast te lyrische en te lichte stem als Filips, maar hij compenseert dat tekort fraai en vormt nu in elk geval een goed contrast met de pikdonkere grootinquisiteur van Erik Halfvarson en zijn lichaamstaal spreekt boekdelen. Waltraud Meier als intrigerende maar ook verleidelijke Eboli is in vocaal opzicht niet voortdurend op haar best, maar schittert in het drama van ‘O don fatale’. Beeld- en geluidskwaliteit zijn heel goed en men kan hier tenminste zien en horen wat Verdi’s oorspronkelijke concept van een Franse opera was, een paar vreemde beslissingen en varianten daargelaten.

Conclusies? De Franse versie van Pappano is voorlopig een begerenswaardig unicum, zonder chauvinistische voorkeur in het geding te brengen, is de Amsterdamse uitgave van de Italiaanse versie over het geheel beter gezongen, het orkest is mooier en verder is het maar wat men op beeldgebied prefereert: Zeffirelli’s wat overdadige, naturalistische, kleuriger stijl of de duisterder beelden van Decker die meer uitdrukking geven aan de sfeer van religieuze onderdrukking en persoonlijke tegenstellingen.