VERDI: IL TROVATORE, BONYNGE, GIOVANNINETTI, KARAJAN, LEVINE, RIZZI

Verdi: Il trovatore. Joan Sutherland (Leonora), Kenneth Collins (Manrico), Jonathan Summers (Luna), Lauris Elms (Azucena), Donald Shanks (Ferrando) e.a. met het Ensemble van de Sydney Opera o.l.v. Richard Bonynge. Regie: Elijah Moshinsky. ArtHaus 100.276 (138’, 4:3, geluid 2.0, regio 0). 1983

Verdi: Il trovatore. Franco Bonisolli (Luna), Rosalind Plowright (Leonore), Giorgio Zancanaro (Manrico), Fiorenza Cossotto (Azucena), Paolo Washington (Ferrando) e.a. met het Ensemble van de Arena Verona o.l.v. Reynald Giovaninetti. Regie: Giuseppe Patroni Griffi. Castle CV 12005, NVC Arts 4509-99215-3 (vhs). 1985Verdi: Il trovatore. Raina Kabaivanska (Leonora), Piero Cappuccilli (Luna), Fiorenza Cossotto (Azucena), Plácido Domingo (Manrico), José van Dam (Ferrando) e.a. met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Herbert von Karajan. Regie: Herbert von Karajan. TDK  DVUS-CLOPIT (151’, 4:3, geluid 2.0, 5.1 en DTS 5.1, regio 0). 1978

Verdi: Il trovatore. Sherrill Milnes (Luna), Eva Marton (Leonora), Dolora Zajick (Azucena), Luciano Pavarotti (Manrico), Loretta di Franco (Ines) e.a. met het Ensemble van de Metropolitan Opera, New York o.l.v. James Levine. Regie: Fabrizio Melano. DG 073-002-9 (133’, 4:3, geluid 2.0, regio 0). 1988

Verdi: Il trovatore. José Cura (Luna), Veronica Villaroel (Leonora), Dmitri Hvorostovsky (Manrico), Yvonne Naef (Azucena), Tómas Tómasson (Ferrando) e.a. met het Ensemble van Covent Garden Londen o.l.v Carlo Rizzi. Regie: Elijah Moshinsky. BBC Opus Arte OA 0848D (172’, 16:9, geluid 2.0 en 5.1, regio 0). 2002 

Il trovatore (De troubadour) is misschien wel het bekendst om zijn onbegrijpelijke handeling. In wezen is het weer zo’n typisch zichzelf in snel tempo voltrekkend Verdiaans wraakdrama met als kern de relatie tussen ouder en kind, in dit geval tussen een moeder (Azucena) en de veronderstelde zoon (Manrico, de troubadour uit de titel).

Tot op zekere hoogte keert de componist in dit werk tot de op zichzelf staande muzikale vormen van vòòr Rigoletto terug met als belangrijkste kenmerk: aria’s die de handeling onderbreken. Niettemin is de karaktertekening krachtig en is sprake van een nieuwigheid doordat een mezzo (Azucena) nu eens in het middelpunt van de aandacht staat in plaats van een sopraan, net zoals de bariton de hoofdrol overneemt van de meer glamour uitstralende tenoren in Rigoletto en Macbeth. Verder bevat Il trovatore een van Verdi’s bekendste grote momenten met het ‘aambeeld koor’ ‘Vedi! Le fosche notturne spoglie’ aan het begin van de 2e akte.

De video oogst is in kwantitatief opzicht niet meer zo mager wat dit werk betreft. In kwantitatief opzicht valt hij echter bepaald niet mee.

De Veronese registratie is alleen in vhs formaat verkrijgbaar en dus niet echt competetief meer. Bovendien: wat voor de aanwezigen in de Arena van Verona een grootse theaterbelevenis is, verpieterd nogal op tv en uitgerekend van wat ter plaatse het mooist is, blijft weinig over (en omgekeerd). Het is dan of men de handeling door een omgekeerde verrekijker waarneemt; ook de geluidscondities zijn verre van ideaal.

De registratie uit New York uit oktober 1988 laat een gangbare, dus zich ook in traditionele omgeving afspelende voorstelling zien wat meteen een geruststelling is voor eenieder die wars is van modieus geëxperimenteer. Fabrizio Melano situeert het werk in een passend milieu met grootse, traditionele decors van Ezio Frigerio en mooie kostuums van Franca Squarciapino. Maar dan. Op papier ziet de bezetting er met zoveel sterren veelbelovend uit, maar triest feit is dat eigenlijk alleen Luciano Pavarotti als hertog een meer dan voortreffelijke rol speelt. De rest stelt eenvoudig teleur. Sherrill Milnes ziet er als graaf nog imposant uit, maar zijn stem is duidelijk versleten; Dolores Zajick (Azucena) heeft een onzuivere, wapperende stem en de grote teleurstelling is Eva Marton als Leonora met desastreuze coloraturen en veel onzuiverheden in een rol waarin het meer op fraai legato en gloed dan op kracht aankomt. Levine zorgt voor een typisch stuwende en dramatische realisatie van de orkestpartij. Beeld en geluid zijn in orde.

Evenmin ideaal, maar zeker het bekijken waard is de opname die in juli 1983 in Sydney werd gemaakt met een nog steeds in goede vorm verkerende Joan Sutherland als Leonore. Ze klinkt hier zelfs plooibaarder en gewichtiger dan in haar eerdere Decca cd studio opname. De rest van de bezetting heeft geen echte sterrenstatus maar kan er goed mee door. Kenneth Collins is een gevoelige Manrico, maar lijkt teveel op een Siciliaanse bandiet, Jonathan Summers is een kernachtige, maar ook innemende Di Luna en Lauris Elms een verassend goede Azucena. Routinier Bonynge zorgt voor een heel bevredigende orkestbegeleiding. Vreemd dat de anders zo gedegen Elijah Moshinsky de handeling naar Verdi’s tijd verplaatst en dat Sydney Nolans kleurige decors enigszins van de handeling afleiden. Het geluid klinkt aan de scherpe kant, het beeld is goed.

Karajan maakte in de loop der tijd vier audio opnamen van deze opera. Te beginnen in 1956 in de Scala met Callas, Barbieri, Di Stefano en Panerai (EMI 556.333-2), in 1962 gevolgd door een Weense productie (DG 447.659-2), in 1977 een Berlijnse (EMI 769.311-2) en tot slot weer een Weens/Salburgse uit 1978 (RCA 74321-61951-2). Het is deze laatste versie die dankzij de Oostenrijkse omroep nu ook met beeld erbij in omloop is gebracht. Als herinnering aan een goede voorstelling daar is het resultaat de moeite waard, maar als geheel belandde die productie niet bij de top drie beschikbaren op cd. Zelfs die eerdere opnamen uit Milaan en Berlijn waren te prefereren. Noch de inmiddels oude dirigent, noch de cast imponeren bovenmatig.

De bezetting van Rizzi in Covent Garden overziend, lijken op papier alleen de Manrico van Cura en de Luna van Hvorostovsky de moeite waard. In de praktijk pakt het wat anders uit. Om te beginnen valt Cura negatief op door teveel macho te tonen en slordig, dikwijls overgeaccentueerd te zingen. Tot de uitblinkers behoren Hvorostovsky als krachtige Luna en Naef als geloofwaardige, want zowel liefhebbende als van haat vervulde Azucena. In tegenstelling tot Villaroel is (nog) niet voldoende opgewassen tegen de hoge eisen die de Leonorarol stelt, is zij dat wel. De Ferrando van Tómasson is ver onder de maat. Kennelijk was Rizzi ook niet erg geïnspireerd door het gebeuren om zich heen, want zijn directie mist doelbewustheid en elan.

Opgesomd: een echt helemaal geslaagde opname is er nog niet, dus het beste advies luidt: liefst even afwachten of anders genoegen te nemen met de Australische uitgave!